ZANDAFGRAVINGEN eensbeduidend met VUILNIS STORTPLAATSEN

Dik Top

GEBOREN 21 JANUARI 1940

SOESTERBERG

Auteur van o.a. de volgende boeken,

 -SOESTERBERG ONS DORP

 -SOESTERBERG VAN TOEN TOT NU

 -EEN EEUW VLIEGKAMP EN DORP SOESTERBERG 

….. en vele andere boeken

Dik Top
Dik Top auteur van diverse boeken betreffende de historie van Soesterberg

ZANDAFGRAVINGEN eensbeduidend met VUILNIS STORTPLAATSEN

In deze tijd zullen de meesten van ons verwonderd zijn dat nog in de jaren ’90 (van de vorige eeuw) – en mogelijk zelfs nog daarna – in Soesterberg op grote schaal vuilnis werd gestort in het ene na het andere ‘zandgat’. Was de kuil bijna tot de rand gevuld, dan was de politiek «Zand er over» en dacht men «Weg is weg.» Nu hebben wij daar gelukkig een totaal andere mening over.

In en rond Soesterberg is op zoveel plaatsen zand gewonnen dat het niet eenvoudig is alles op een rij te zetten.

Soester Duinen (1)

Voor de aanleg van de spoorlijn Utrecht-Amersfoort werd in 1863 zand uit de Soester duinen gebruikt. In het Amersfoortsch Dagblad van 17 maart 1910 werd al een zandgat in Soesterberg genoemd, dat niet nader werd aangeduid. Dit i.v.m. een uitgebreide zoektocht naar [het lijk van] de vermiste Jan v.d. Wiel.

Hoogte 50

Op dit militaire terrein dat grensde tegen de Leusderheide waren vier zandafgravingen van ongeveer 50×40 m en zo’n 10 meter diep. Hier zal zeker zand zijn gewonnen t.b.v. de aanleg van het smalspoor van de genie dat daar eindigde/begon.

Tammer (1)

De eerste zandafgraving van betekenis (met als resultaat een ‘echt’ zandgat) in Soesterberg werd gedaan door Gijs Tammer, die samen met zijn jongere broer Adriaan begin jaren ’20 een zand- en grindhandel was begonnen. Dit bedrijf groeide uit tot de bekende firma Gebr. G&A Tammer – later Tammer B.V. De kuil ontstond ongeveer honderd meter voorbij de woning en schuur/garage van Gijs op Postweg 5 (vanaf ongeveer 1937 was zijn nummer 23), achter het perceel waar enige tijd later het platte gebouw van de ijsfabriek ‘t Beertje van Doede Posthumus verrees .                                                                                                        

Met behulp van een vrachtauto van Gijs en Adriaan werden de klanten bediend. De kuil werd snel groter en dieper. Voor de auto’s werden op de afrit ijzeren rijplaten gelegd. Dat er al in 1929 vuilnis in een gedeelte van het gat werd gestort, bewijst het bericht dat G. Tammer bij een aanbesteding in maart 1929 werd ‘gegund’ tegen een prijs van f 380,- per jaar tot aan 31 december ‘asch en vuil’ op te halen. Dit afval bleef zijn eigendom. Waar anders dan in zijn zandgat kon hij deze afval deponeren?                                                                                                       Als er voldoende sneeuw was, konden de kinderen uit de buurt soms even op de vrij steile afrit naar beneden sleeën, totdat er ten behoeve van de vrachtauto’s zand op werd gestrooid. Dit gebeurde nog enige tijd na de oorlog. Tot ongeveer 1973 werd geklaagd over de ratten in het zandgat van Tammer aan de Postweg. Voordat het terrein werd vereffend zal het gat dat nog restte zeker met vuilnis en puin zijn opgevuld.

Einde Postweg

Op luchtfoto’s die in 1944 werden gemaakt is duidelijk te zien dat er toen al zand werd afgegraven achter de vier huizenblokken van Tabernal, Postweg 59 t/m 93. De in/uitrit was aan de kant van het vliegveld. De eerste jaren na de oorlog werd hier waarschijnlijk geen zand meer gewonnen. Vanaf ongeveer 1960 werden er in de grotendeels begroeide uitgraving autowrakken van een sloper op de Dorresteinweg in Soest gedumpt. Officieel was deze ‘verhuizing’ tijdelijk en alleen bedoeld om de troep op te ruimen van clandestiene slopersbedrijven die moesten worden geliquideerd. Tegen deze activiteiten werd al in 1961 door de buurtbewoners fel geprotesteerd. Van gemeentewege werd beloofd dat hoge heggen zouden worden geplant om de rommel aan het oog te onttrekken. Dit gebeurde niet op een bevredigende manier. Door de mannen die de wrakken naar Soesterberg vervoerden werd zelfs beweerd dat er 400 tot 500 zouden worden aangevoerd (notulen Soest 27 september 1967). Voor de omwonenden was na zoveel jaar de maat vol. Zij wensten niet dat Soesterberg het ‘vuilnisvat’ van de Provincie Utrecht zou worden. Niet alleen wegens de roestende auto’s op zich, maar vooral omdat ratten en ander ongedierte zich in grote aantallen in deze wrakken nestelden. Tijdens een vuilnisbrand in het nabije zandgat van Tammer hadden honderden ratten moeten vluchten en nieuwe schuilplaatsen gevonden in o.m. de half verrotte kussens van de ca. 50 autowrakken. Op den duur werden ze verwijderd door onder anderen taxi-eigenaar Henk Pul die op nummer 47 woonde. In de kuil stond nog lange tijd het karkas van een ‘Lelijk Eendje’. Later werd er ook nog weer begonnen met het uitgraven van zand. Uiteindelijk werd het gat opgevuld (met vuilnis?) en werd het terrein netjes genivelleerd. 

Zandafgraving Postweg
Zandafgraving Postweg

Soester Hoogt

Op 7 augustus 1917 werd tussen de spoorwegen (NCS) en de Gemeente Soest een overeenkomst aangegaan waarbij de NCS het recht verkreeg om ongeveer 72.000 kubieke meter zand van het Soester Hoogt af te graven. Zoveel zand verdween er niet, onder meer omdat de NCS ook zand mocht winnen in de Biltsche Duinen. Het Soester Hoogt, ‘De Bult’ was een grote hindernis tussen Soest en Soesterberg. Vrijwel alle Soesterbergers die een bezoek in Soest moesten afleggen – meestal op het Gemeentehuis – deden dit lopend of per fiets. Pas vanaf 1927 reed er af en toe een bus. Om deze reden werd reeds in 1928 gesproken over de noodzaak van afgraving van De Bult. Vooral Soesterbergers vonden dat de smalle klinkerweg dieper ingegraven moest worden. Gemeenteraadslid Peter van den Bremer liep er erg warm voor en hij kreeg steun van zijn collega Gasille. De meningen waren sterk verdeeld, vooral omdat de kosten hoog waren. Een verlaging van 2 meter kwam op f 120.000, 4 meter zou f 160.000 gaan kosten en 7 meter f 190.000. De meeste debattanten vonden dat de moderne auto’s weinig moeite hadden om over ‘t Hoogt te komen. Voor wielrijders was de steile helling evenwel een belangrijk obstakel. Het Soesterbergse raadslid Jaap Nooder stelde een compromis voor. Hij wilde een smalle tunnel laten graven voor de fietsers en de voetgangers. De zaak sleepte zich lange tijd voort. De Soester wijdde er op 21 april 1934 weer een artikel aan. Twee dames in Soesterberg waren in het geweer gekomen, Gr. en C.M. Berg. Eerstgenoemde stelde o.m. voor: <….een actie te beginnen om de gansche Burgerij van Soest en Soesterberg op te wekken bij den Raad aan te dringen op algehele afgraving van den Bult van Soesterberg.> Zij klaagden er ook over dat f 47.000 belastinggeld was gebruikt voor verbetering van het in het jaar daarvoor geopende Soester Natuurbad. Uiteindelijk werd de weg over het Soester Hoogt in de loop van 1934 ingegraven. Het zand werd o.m. gebruikt voor spoorlijnen en spoorwegemplacementen. Daarna werd er een prachtige betonweg met een eigen fietspad ernaast aangelegd, ook van beton. Najaar 1934 was de nieuwe Banningstraat klaar voor gebruik. Hier was dus wel sprake van een omvangrijke zandafgraving, maar niet van een ‘zandgat’.

Soester duinen (2)

In de winter en het vroege voorjaar van 1940 werd door/voor Defensie – naar alle waarschijnlijkheid ten behoeve van de mobilisatie – opnieuw zand afgegraven in de duinen. Vanzelfsprekend lokte dit protesten uit. Deze werden afgewezen met de bewering dat de natuur zich zelf wel zou herstellen. Toch kwam aan dit graafwerk spoedig een einde. Misschien wel dankzij de Duitse inval.                                                                                                     

Doordat de gemeentelijke vuilnisophaaldienst tijdens de bezetting stagneerde, ontstonden op diverse plekken illegale vuilnisbeltjes. Dit was o.m. het geval achter de bomenrij langs de Kampweg, tussen het voetbalveld en het Wehrmachtsheim dat daar in 1941 werd gebouwd. Deze stortplek was tot enige jaren na de oorlog in trek.                                                                                                                  Vanaf september 1945 haalde de gemeentelijke vuilnisdienst weer iedere woensdag het huisvuil op. De politie zou ‘een extra oogje in het zeil houden’ om te voorkomen dat sommige burgers hun troep zouden blijven gooien langs wegen en op diverse terreinen. Het was toen nog niet verplicht een vuilnisbak te hebben. Zij die niet waren ingeschreven voor ophaal van huisvuil (en dus niet hoefden te betalen), slaagden er toch nog wel in om hun afval hier en daar illegaal weg te werken.

De Paltz (1) 

Tijdens de bezettingsjaren hadden de Duitsers veel zand nodig voor al hun bouwactiviteiten op de Fliergerhorst en in de omgeving. Toen werd waarschijnlijk op twee plaatsen tegelijk begonnen met graafwerk. De ene plek was langs de Banningstraat (later Montgomeryweg en sinds 1953 Van Weerden Poelmanweg), bij de bocht precies tegenover de ingang van De Paltz. De Soester Courant van 28 november 1947 berichtte dat ten nadele van de gemeente uit het zandgat aan de Veldmaarschalk Montgomeryweg 19 stalen rijplaten ter lengte van 3 m waren ontvreemd. Over het terrein van de Vlasakkers en de Stompert werd in de jaren ’50 veel met tanks gereden, en eveneens door deze kuil. Waarschijnlijk zorgden deze tanks ervoor dat de hellingen op den duur wegsleten en zo het gat langzamerhand wijder werd en tegelijkertijd ten dele werd opgevuld. De resten ervan verdwenen begin jaren ’60.

Zandafgraving de Paltz

Stompert

De tweede locatie waar in de Duitse tijd werd begonnen met het weggraven van zand, was op de zuidelijke helling bij het waterleidingreservoir op de Stompert. Men ging daar ter plekke evenwel niet de diepte in (foto 5). De kale helling die daar overbleef is vermoedelijk voor een groot deel door de natuur zelf hersteld. 

De Paltz (2)

Een ander zandgat ontstond in het dichte bos tussen het landgoed De Paltz en het Soester Natuurbad, waarschijnlijk direct na de oorlog. Dit had geen grote omvang. De vuilnisauto’s van de gemeente werden hier geleegd. Rond 1950 was het gat al vol en werd er grond over uitgespreid. Er werden weer bomen op geplant. Het is heden vermoedelijk onmogelijk deze plek terug te vinden, tenzij Gemeentewerken hiervan notities heeft gemaakt – iets wat toch zeker had moeten gebeuren. 

Gezichtslaan/Kerklaan

Aan het westelijke einde van de Kerklaan (vroeger ook wel Beukenlaan genoemd), in het verlengde van de nu totaal verdwenen Gezichtslaan, werd kort na de bevrijding begonnen met het winnen van zand op zeer grote schaal. Dit snel groeiende gat deed vervolgens jaren lang dienst als vuilnisstortplaats van de Gemeente Soest – en van de Gemeente Zeist – want dit was en is Zeister grondgebied. Terwijl aan de noordzijde ervan nog op grote schaal zand werd gewonnen, was deze afvaltroep reeds midden jaren ’50 uitgegroeid tot een enorme stinkende berg (foto 6). Door het broeiproces ontstonden er regelmatig brandjes, die de stank nog flink verergerden. Het Soesterbergse raadslid P.C. Pieren klaagde al in 1960 over de stank en het grote aantal ratten die deze vuilnis veroorzaakten en dat door de wind in de naburige straten veel papier werd verspreid. De Gemeente Zeist zelf was niet deelachtig aan het dumpen, maar de pachter die vergunning had zou er o.m. afval van de Amerikanen van Camp New Amsterdam storten en niet dadelijk zoals voorgeschreven alles met zand bedekken.                                                                                                                                  In 1962 waren er plannen om deze zandgraverij (‘ontgronding’) uit te breiden tot aan 35 meter van de Amersfoortseweg, dat wil zeggen nog voorbij de R.K. begraafplaats aan de Kerklaan en niet ver van de parkeerplaats van de R.K. Kerk. Waarschijnlijk vooral dankzij de felle kritiek van Pieren werd dit voorkomen. Het bedrijf dat de uitgravingen verrichtte was  J. van der Kroll.                                                                                                                  Omstreeks 1965 werd in dit gat – slechts ongeveer honderd meter van de Kerklaan – tevens etensafval gestort, waaronder in één klap 20 ton ‘doorgedraaide’ appels. Een andere keer voerden vrachtwagens grote balen met door machines tot snippers verwerkt papier aan. Iemand schreef: <Beter voer voor ratten bestaat er niet.> Een probleem was ook dat op feestdagen, zoals Goede Vrijdag, geen vuilnis werd opgehaald.Dan gooiden veel mensen hun vuilnis zelf op de diverse vuilnisbelten of ‘gewoon’ ergens in de natuur. In 1968 moest de Soesterbergse brandweer vier keer uitrukken voor de dikwijls onaangename en hardnekkige afvalbranden.                                                                                                                                    Op den duur kwam er een einde aan deze onverantwoorde situatie nabij de Kerklaan. Wat er met de enorme hoeveelheden gedeponeerd vuil werd gedaan is niet duidelijk. Maar nu liggen hier als gevolg van het uitgebreide graafwerk op een verlaagd niveau de sportvelden en de skihelling en staan er sinds kort woningen.

Kerklaan zandafgraving
Kerklaan Skibaan Otto Zoetelief

Sportweg westzijde

De meest verwonderlijke vuilnisstortplaats ontstond begin jaren ’50 op het heideveldje (dus niet eens in een kuil!) aan het einde en links van de vroegere Sportweg – nota bene nauwelijks meer dan honderd meter van de Amersfoortsestraat en de Montgomeryweg. Met andere woorden, vrijwel in het centrum van het dorp! Weliswaar werd daar geen stinkend vuil (etensresten) gedeponeerd, maar de troep die waarschijnlijk o.m. van de kazernes afkomstig was, werd door de wind en scharrelaars over een groot deel van de hei verspreid. Rond 1959 was het hoogste punt van deze berg in de uiterste hoek van het terrein tot meer dan twee meter gestegen. Gebeurde dit met goedkeuring van de gemeente? Hoe en wanneer deze rommel werd verwijderd is niet duidelijk.

Sportweg oostzijde – Lensink

Aan de andere kant, dichter bij de Amersfoortsestraat tussen de Sportweg en de Verlengde Tempellaan had metselaar Joh. B. Lensink al voor de oorlog een bedrijf waar hij betonnen putten, rioolbuizen e.d. maakte. Hij startte dit bedrijf waarschijnlijk samen met zijn broer Henk J Lensink, die vroeg overleed. Het zand dat voor de werkzaamheden nodig was werd ter plekke gewonnen. Zo ontstond daar een zandgat van tamelijk bescheiden omvang. In de notulen van 30 augustus 1939 werd genoteerd dat de vergunning voor dit graafwerk werd verleend onder de voorwaarde dat Lensink niet diep ging graven. Het bedrijf van Lensink werd door vier junioren voortgezet – Jan, Kees, Piet en Henk (waarschijnlijk zoons van zowel Johan als van Henk). Al kort na de oorlog werd door particulieren in dit gat aan de oostkant vuilnis werd gestort. 

Sportweg oostzijde – Tammer 2

Ook al in 1939 begonnen de broers Gijs en Adriaan Tammer op vrijwel dezelfde locatie zand te winnen – vooral voor productie van grind. Vermoedelijk gebeurde dit enige tientallen meters ten oosten van het gat van Lesink. Er werd zo steil gegraven dat gevaar bestond om door instortend zand te worden bedolven. De wethouders De Bruijn en Gasille waren van mening dat op deze manier met mensenlevens werd gespeeld. Bovendien werd het natuurschoon aangetast. Een ander bezwaar was dat plannen bestonden voor de bouw van huizen aan de Verlengde Tempellaan en deze weg tot 16 meter verbreed zou worden. Raadslid Nooder nam de bezwaren kennelijk niet zo serieus. Hij opperde dat het grind van zo hoge kwaliteit was dat het kon concurreren met riviergrind. Vermoedelijk was het in het oostelijk deel van deze ‘uitholling’ dat kort na de oorlog (mogelijk al eerder) door particulieren vuilnis werd gestort. Dit terrein was eigendom van de R.K. parochie. In juli 1952 kregen G&A Tammer een tijdelijke toestemming om hier weer zand te winnen. Er werd evenwel lange tijd op grote schaal gegraven. De vrachtauto’s reden af en aan over de onverharde Verlengde Tempellaan. De vergunning werd steeds opnieuw verlengd.                                                                                                                              Ook hier werd vanzelfsprekend lange tijd vuilnis gestort – misschien wel in eerste instantie de grote berg rotzooi die toen lag aan de westkant van de Sportweg. De omwonenden werden lange tijd geplaagd door stank, kakkerlakken en ratten. Bij oostenwind werd de stank zelfs hinderlijk voor het personeel op de vliegbasis. Toch werd dit probleem mede veroorzaakt van militaire zijde, want de Amerikanen deponeerden ook afval in dit gat. Dit gebeurde via een daarvoor aangelegd weggetje vanaf de vliegbasis en een hek in de afrastering dat kon worden geopend. Het was o.a. raadslid Pieren die ook i.v.m. deze alvalstortplaats al in 1962 diverse keren protesteerde tegen het vuilnisbeleid van de gemeente.                                                                                                                                      Omdat dit gat op slechts zo’n twintig meter lag van het hek langs het vliegveld en dicht bij de rolbaan, was dit een populaire plek voor vliegtuigspotters. Ondanks de borden VERBODEN TE FOTOGRAFEREN werden hier tal van foto’s van vliegtuigen gemaakt. Tijdens een brandje rond 1965 krioelde het hier zo van de ratten, dat sommigen het onverantwoord achtten om er zonder laarzen en andere beschermende kleding te lopen.

In de winter 1968/1969 besloten enige spotters wegens de kou een vuurtje te stoken met brandbaar materiaal uit de kuil. Ze gooiden er ook wat oude autobanden op die weldra flinke zwarte rook veroorzaakten. De brandweer van de vliegbasis liet niet lang op zich wachten en maakte met een dikke laag schuim een einde aan deze brand. Nog lange tijd ontstonden er brandjes in dit gat, waar het diep in de vuilnishoop altijd broeide. C. Verheus, die in 1971 een inspectie uitvoerde voor de gemeente bij de vuilnisbelt aan de Sportweg, karakteriseerde het terrein als een ‘Vesuvius in miniatuur’, met rookpluimpjes die overal opstegen en met een ondraaglijke stank.

Sportweg oostzijde – De Goede

Aan de zuidkant van het gat van Lensink, achter de woningen aan de straat had aannemer Th.H. de Goede met zijn zoons Ben en Louis ook een grote zandgraverij. Hiermee werd waarschijnlijk na de oorlog een begin gemaakt. Hun kantoor en een paar grote loodsen stonden daar vlak bij. De vrachtauto’s reden af en aan tussen de huizen van Van der Toom en De Kuijer naar de Amersfoortsestraat. Op een luchtfoto van 1954 is te zien dat in die tijd drie zandafgravingen achter elkaar lagen (foto 9). Vooraan de grootste, van de gebr. De Goede. Daar achter die van Lensink, die grotendeels was gevuld met materialen. Achteraan vermoedelijk die van Tammer, met aansluiting op de vliegbasis.

Alle graafwerkzaamheden tussen de Sportweg en de Verlengde Tempellaan werden beëindigd als gevolg van de aanleg van de N 237 in 1971.

Kampweg

Aan het einde van de Kampweg rechts, even voorbij het Zwarte Weggetje (weer op grond van de Gemeente Zeist), werd vanaf ongeveer 1955 ook op grote schaal zand gewonnen (foto 10). In de zomer van 1966 klaagden vooral Pieren en Elbertse in de gemeenteraadsvergaderingen over de zwaar met zand beladen vrachtauto’s (tot 8 ton) die veelvuldig over de Kampweg reden en het wegdek vernielden, en tevens de bermen omdat de auto’s dikwijls moesten uitwijken en daarbij diepe sporen achterlieten. Ook in deze kuil werd weldra met vuilstorten begonnen. In een deel ervan stond water. Daar werd soms door de jeugd van Soesterberg op geschaatst. In oktober 1967 werden er enige menselijke beenderen gevonden. Op welke manier de resten van dit gat en de ‘troep’ er in later verdwenen is niet bekend. Mogelijk gewoon ‘opgeslokt’ door de afgravingen voor de A28. Het was waarschijnlijk deze enorme kuil die o.m. in de notulen van Soest van 1967 het ‘Zandgat van Cirkel’ (fa. Hendrik Cirkel) werd genoemd.   

                                                                                                                                                                           

Einde van de Kampweg, zandgat van Cirkel

Bassin voor rioolwaterzuivering

Een nieuwe afgraving (zij het niet diep) vond in 1957-’58 plaats even ten westen van het fietspad naar Austerlitz (de Oude Postweg), waar het zogenaamde Kruithuisje eerder had gestaan, dus op Zeister grondgebied. Eerst werd een toegangsweg aangelegd, parallel aan de Oude Postweg. Daarbij werd nog gebruik gemaakt van een echte ouderwetse stoomwals (foto 11). Vervolgens werden uitgravingen gedaan om bassins te creëren voor de rioolwaterzuiverings installatie. Deze fungeerde gedurende twintig jaar. Daarna werd alles verwijderd, op de twee dienstwoningen na. Een met jonge bomen en met gras en onkruid begroeide verdieping en betonnen palen met prikkeldraad van het gedeeltelijk verwijderde hek zijn als een visitekaartje van menselijk ingrijpen in de natuur achtergebleven.

Tammer (3)

In 1966 en 1967 werd in de notulen van Soest een nieuw aan te maken zandgraverij genoemd, maar geen locatie vermeld. Waarschijnlijk ging het hier om het terrein achter Amersfoortsestraat 51A, even voorbij de Van Weerden Poelmanweg – aan de rand van de Vlasakkers. Het duurde enige tijd tot het provinciale bestuur het verzoek van B&W goedkeurde. Vanaf 1971 ging op dit terrein van 6 hectare Tammer B.V. (zoons van Gijs en Adriaan) afgravingen verrichten. Deze enorme kuil werd ook weer een vuilnisstortplaats, maar niet voor stinkende vuilnis; alleen voor puin, bouw- en sloopafval. Toch: hier werden na de dagelijkse werkzaamheden soms ‘s avonds (na een telefoontje naar de man die de sleutel van het hek had) ‘pakjes’ van het ziekenhuis De Lichtenberg afgeleverd. Het is niet moeilijk om te raden wat de inhoud van deze speciale en ‘geheime’ zendingen was! De berg steeg uiteindelijk boven het maaiveld uit. De stortplaats werd in 1995 gesloten. Het jaar daarop werd er een zgn. bovenafdichtingsconstructie op aangebracht. Daarmee is dit terrein nu weer natuur geworden – een nieuwe soester ‘berg’. Maar ‘NATUUR’ in de juiste zin van het woord?

Milieubescherming onbekend begrip

Jaren lang werd het leefklimaat in Soesterberg niet alleen aangetast door stank en rattenoverlast, maar er was ook meerdere keren sprake van een kakkerlakkenplaag. Ook werden veel meeuwen door de stinkende vuilnishopen aangetrokken. In de notulen van Soest van 1969 (pag. 6) staat dit: <Soesterberg is omringd door vuilnisstortplaatsen. In vrijwel al deze zandgaten wordt vuilnis gestort.> Volgens de notulen van 1976 was er vooruitgang geboekt. Van februari tot aan oktober was er namelijk 833 m3 minder grof vuil gestort (vermoedelijk in de gezamenlijke zandgaten). Een stap vooruit?

De opinie van de meeste gemeenteraadsleden in Soest was toen ter tijd dat van vuilnis, als die maar werd weggewerkt onder de grond, niemand last zou ondervinden. De ervaring heeft echter geleerd dat bij alle door aarde overdekte vuilnisbelten (met etens- en andere organische resten) door het verdergaande rottingsproces grote hoeveelheden methaangas vrijkomen die naar de oppervlakte stijgen en voor het milieu zeer schadelijk zijn. Tevens wordt het grondwater er door aangetast. De heer Visser wilde in 1985 het storten van vuilnis in Soesterberg handhaven. Uit de notulen van 1991 blijkt dat er zelfs toen nog aldoor vuilnis in Soesterberg werd gedeponeerd…..

De Paltz (3)

In de jaren ’70 werd een groot stuk van het bos tussen De Paltz en de Vliegbasis afgegraven. Het was waarschijnlijk weer de fa. J. van der Kroll die hier actief was. Hier werd voor zover bekend geen vuilnis gestort. Later is dit gebied weer voor een gedeelte met bomen beplant. Dit terrein ligt daardoor nu zo’n 10-15 meter lager dan voorheen. Een klein ‘soesterdal’.

Soester duinen (3)

Waarschijnlijk enige jaren later werd op grote schaal zand gewonnen over een groot stuk natuur aan de noordzijde van de spoorlijn Soestduinen-Amersfoort, ongeveer een kilometer ten oosten van de Korte Duinen. Ook dit terrein is aan de natuur teruggegeven en er groeien al weer hoge bomen.

Vervolgens was het bosterrein tussen dezelfde spoorlijn en het Heezerspoor OZ aan de beurt. Het daar ontstane dal, gedeeltelijk onder de hoogspanningskabels, is nog tamelijk kaal.

Beukbergen

Het terrein achter de villa Beukbergen van baron Henri Sloet van Oldruitenborg aan de Amersfoortseweg (Gemeente Zeist) werd vanaf eind jaren ‘40 afgegraven met een diepte van ca. 6 m. Het zand werd gebruikt voor de bouw van huizen en de aanleg van wegen in de regio Utrecht. Dit proces ging onverminderd door nadat Defensie de villa Beukbergen in 1950 kocht en werd pas ruim tien jaar later afgesloten. Vanaf 1963 nam de Heidemij de herinrichting ter hand, met het aanplanten van een groot aantal naaldbomen. Het lagere gebied van ongeveer 6 ha. waarin ook het vroegere Woonwagenpark Beukbergen is opgenomen, loopt helemaal vanaf de in 2015 nieuw aangelegde asfaltweg tegenover de R.K. Kerk, achter de villa Beukbergen langs tot aan het verlengde van het ecoduct bij Huis ter Heide.

Zeister Bos

Ten zuidwesten van het Boshijgerslaantje werd begin jaren ’50 ook een groot stuk afgegraven. Hier ontstond op den duur een vijver waarin soms door de jeugd werd gezwommen. Het lagere terrein werd voor een deel weer met bomen beplant. De vijver werd langzamehand kleiner, maar is er nog altijd.

Niet meer «Soesterberg» maar «Soesterdal»

In maart 1969 was er in de gemeenteraad een discussie over de aanleg van sportvelden aan de westkant van het dorp. Daarbij werd ook gedebatteerd over de ‘ontgrondingen’ (zandafgravingen) die op grote schaal hadden plaatsgevonden en nog altijd doorgingen. Raadslid Storimans vond dat Soesterberg door al dit graafwerk totaal onleefbaar was geworden. Hij overwoog daarom de naam Soesterberg te veranderen in «Soesterdal». Hij wilde dit echter niet doorzetten omdat hij wel besefte dat onder anderen B&W hiermee niet zouden instemmen. Hij stelde wel voor om eens een luchtfoto van het dorp te maken. De heer De Bruin merkte op: «Dan krijg je een maanfoto.» De heer Verheus vond de naamsverandering een goed idee.                                                                                                                               De ‘Soester Berg’ is door al deze ingrepen van de moderne mens zo iets als een met vuilnis gevulde gatenkaas geworden.

Zijn we nu en voor de toekomst verlost van dit onverantwoorde kortzichtige gedoe in de natuur die ons nog rest?

Dik Top

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Zoon op zoek naar roots in Soesterberg

De website www.oudsoesterberg.nl krijgt regelmatig verzoeken uit het buitenland van mensen die op zoek zijn naar hun roots. Dit betreft dan meestal mensen die ooit in Soesterberg geboren zijn of ooit gewoond hebben en op zeker moment zijn geëmigreerd naar alle uithoeken van de wereld zoals Australië, Zuid Afrika, Canada en Amerika. Dit keer kwam er een verzoek vanuit Amerika van dhr C.E. Belknap, de heer Belknap is op zoek naar de roots van zijn moeder mevrouw Cornelia Maria Margaretha Waltmann geboren in Soesterberg 1933, Cornelia Waltmann was de dochter van Nicolaas en Cornelia Waltmann. Nicolaas Waltmann was de eigenaar van Huis ten Halve van 1930 tot 1947, het pand werd verkocht aan een Katholieke Militaire Vereniging en werd een militair tehuis. De familie Waltmann zelf kocht een slijterij precies tegenover Huis ten Halve welke later weer werd doorverkocht aan Krijgsman.

Rademakerstraat – Huis ten Halve

Huis ten Halve gebouwd omstreeks 1850 was gelegen aan de Postroute Amsterdam – Arnhem, de postkoets hielt er halt passagiers konden wat drinken en voor de paarden was er een stalling. Het is lang in gebruik geweest als Hotel, Pension en Restaurant. Rond 1910 is het in bezit van J.J. Putman en worden er regelmatig zomer- en dansfeesten georganiseerd. In april 1930 wordt de zaak overgenomen door Nicolaas H.TH. Waltmann tot 1946 waarna het verkocht wordt aan de RK Militaire Vereniging. De heer Waltmann laat een nieuwe theaterzaal tegen het gebouw aanbouwen zodat er toneel en film voorstellingen kunnen worden gegeven. Nadat het nog een militair tehuis is geweest en in het bezit is geweest van circus Toni Boltini is Meubidick de laatste eigenaar voordat het pand in 1980 na brandstichting volledig afbrand.

Rademakerstraat – circus academie Toni Boltini

 Nadat de familie Waltmann Huis ten Halve heeft overgenomen in 1930 is er een feestelijke opening met optreden van een Jazzband. De zaken gaan goed totdat persoonlijk leed de familie treft, hun 3 jarige zoon Nicolaas komt bij een tragisch ongeval met de tram in 1931 om het leven. Het leven gaat door, feestavonden worden georganiseerd, Soesterbergse verenigingen houden er hun voorstellingen. 

In de 2e Wereld Oorlog nemen de Duitsers mede hun intrek in Huis ten Halve, dit is dan een zware en spannende  tijd voor de familie Waltmann daar er wapens voor het verzet verstopt liggen onder de vloer van een kamer van Huis ten Halve, deze kamer is dan  in gebruik bij de Duitsers, bij doorzoekingen van de Duitsers in Huis ten Halve werden nooit de wapens gevonden omdat de Kamer waar ze verstopt lagen nooit doorzocht werd.

Opnieuw treft het noodlot de familie Waltmann, zoon Ton wordt door de Duitsers opgepakt en moet naar Duitsland om in een werkkamp te werken. Onderweg naar Duitsland wordt er overnacht in een school in Zeist, daar er die nacht maar 2 Duitse bewakers bij de voordeur staan weten Ton en een vriend via een achterdeur de school te verlaten en gaan te voet terug naar Soesterberg alwaar ze hulp krijgen van de commandant van de brandweer. Na de oorlog emigreert zoon Ton met zijn vrouw naar Canada met maar 200 Canadese dollars op zak, dochter Cornelia emigreert naar Amerika en trouwt daar met dhr. Belknap, Cornelia Maria Waltmann – Harmsen had ook nog familie in Soesterberg wonen namelijk de familie Harmsen die een kapperszaak hadden aan de Rademakerstraat. 

Cornelia & Russel Lee Belknap

Charlie, de zoon van Cornelia Belknap – Waltmann  is nu op zoek naar meer informatie over de familie Waltmann in de periode 1930 – 1952. Charlie is zo trots op zijn Nederlandse afkomst dat hoewel in Amerika geboren hij inmiddels de Nederlandse nationaliteit heeft, ook zijn kinderen die in Amerika zijn geboren hebben inmiddels de Nederlandse nationaliteit aangenomen.

Ooit hingen er kunstwerken van de bekende kunstenaar Jan Schonk in de gangen van Huis ten Halve, enkele van deze kunstwerken bevinden zich nu in Amerika en pronken nu aan de muur van een kleinzoon, ook zijn de originele kamersleutels van Huis ten Halve nog steeds in het bezit van de familie.

originele sleutels Huis ten Halve

Mocht er iemand zijn met informatie over Ton Waltmann die was opgepakt door de Duitsers en weer ontsnapte horen wij dat graag.

Mocht er iemand informatie hebben betreffende de familie Waltmann ten tijde van 1930 – 1950 dan horen wij dat graag.

Mocht er iemand nog informatie hebben over Huis ten Halve ten tijde van de 2e WO (1940 – 1945) dan horen wij dat graag.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

OPROEP: op zoek naar informatie

Wij zijn voor iemand op zoek naar informatie over Cock Tesselaar geboren in Den Haag 1953. Cock Tesselaar heeft in het jaar 1963 of 1964 in koloniehuis Hemalie aan de Amersfoortsestraat gezeten als 10 jarig jochie.

Amersfoorstestraat

Cock heeft daar 3 maanden gezeten en ging in die periode ook naar school in Soesterberg.Is er iemand die de naam Cock Tesselaar iets zegt?Zijn er mensen geboren in 1953 die nog schoolfoto’s hebben van het jaar 1963 / 1964?Zijn er mensen die in de jaren 60 bij Hemalie kwamen en daar misschien foto’s van hebben?U zou de persoon die op zoek is naar meer info er erg mee helpen.U kunt uw info mailen naar : info@oudsoesterberg.nl

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | 1 reactie

Het verhaal achter de foto.

In het kader van 75 jaar Vrijheid ontvingen wij van dhr. Wim Pas een paar mooie foto’s met daarbij zijn persoonlijke verhaal. Wij danken dhr. Pas voor zijn bijdrage aan onze website.

Hieronder het persoonlijke verhaal van dhr. Wim Pas.

Mijn grootvader Jan Pas, was ondercommandant bij de brandweer Soesterberg. Zijn beide zoons, Wim en Hans zaten in het lokale verzet onder ‘leiding’ van Ac Preuser. Zij hadden o.a. in het bos een ondergrondse schietkelder gegraven, ondersteund door hout van afgebroken paardenstallen. Daar oefenden ze het gebruik van de wapens die gedropt werden en in het dorp op zolders werd verstopt. Eén van de verstopplaatsen was de zolder van mijn opa zijn smederij, werkplaats Rademakersstraat (zie foto) . Het is het pand van Taxi Roose en nu zit er een modezaak in.  Het scheelde echter maar weinig of deze schuilplaats was ontdekt. De werkplaats werd namelijk gevorderd door de Duitsers en de volgende dag ingenomen als zijnde fietsenherstelwerkplaats. ’s Nachts hebben de heren dan ook de trap naar de zolder weggezaagd en dichtgemaakt. De wapens konden niet meer vervoerd worden. Terwijl de Duitsers fietsen repareerden, lagen op de zolder dus de wapens van het verzet.

Zij zijn aan de dood ontsnapt toen hun vriend betrapt werd op het ‘organiseren’ van een zak meel. Deze jongen is geexecuteerd. De zoon van de bakker van Angeren geloof ik. Verder weet ik daar niet veel van.

Rademakerstraat 9 smederij Pas
voormalig smederij Pas aan de Rademakerstraat 9

( Sijbrandus Petrus Gerardus Jozef (Bram) van Angeren, geboren op 4-3-1920, was brood en banketbakker in Soesterberg en lid van het verzet. Tijdens een inval van de Duitse bezetter werden wapens en munitie gevonden bij de familie van Angeren. Vader en zoon werden opgepakt maar doordat Bram de verantwoordelijkheid op zich nam kwam vader weer vrij, Bram werd vastgezet in een Utrechtse gevangenis. Begin maart 1945 raakte de Nazi-Duitse leider van de politie in Nederland, Rauter, zwaargewond bij een aanslag door het verzet. Als vergelding voor deze verzetsdaad zijn er 400 Nederlanders vermoord. Op 20-3-1945 zijn tien gevangen vanuit de Utrechtse gevangenis naar Loosdrecht gebracht en gefusilleerd als onderdeel van deze represaille, Bram van Angeren was één van deze tien.

Bron Soesterberg.nu )

Als je iets zoekt over het verzet in Soesterberg, kom je eigenlijk altijd uit op de 33 van Soesterberg. Deze executies hebben echter niets te maken met het verzetswerk wat in het dorp, en daarom heen uitgevoerd werd. De mannen lieten treinen ontsporen (spoorlijn Utrecht-Amersfoort, overval op distributiekantoren en werd in samenwerking met dokter Splinter een voedselpakket samengesteld (bruin brood met Reuzel) voor de gevangenen van Kamp Amersfoort die naast het Zwaantje uit de tram stapten (of kwamen lopen vanuit Amersfoort) Deze mannen werden af en toe wat van dit voedsel toegestopt. Dit werd weer gedaan door meisjes, zoals Annie en Riet de Jong en uit Zeist. Daar waren de heren Pas en Preuser dan ook weer verliefd op en Annie de Jong en Wim Pas zijn later dan ook getrouwd. 

Op het adres waar deze meisjes woonden (Burgemeester Patijnlaan 47 Zeist) is Ac Preusser ook lange tijd ondergedoken geweest, onder het kippenhok omdat de Duitsers op zoek waren naar Ac Preuser die door zijn postuur nogal opviel en was opgevallen tijdens een dagtransport van wapens in takkenbossen. Dankzij een begrafenisstoet kon hij ternauwernood ontkomen. Ik heb daar ook nog brieven van en een geluidsopname van Ac Preusser die vertelt over het verzetswerk.

Het lastige van het verzetswerk in Soesterberg is dat ze zich middenin het wespennest begaven. Honderden duitsers hadden Soesterberg bevolkt omdat het vliegveld door de Duitsers werd gebruikt om Engeland te bombarderen.

In mijn ogen zijn deze heren de helden 1940-1945 van Soesterberg.

Van links naar rechts: Jan van den Beemer, Cees Merts, Wim Pas, Ac Preuser (grappenmaker met Duitse helm), en Gerrit van de Weerd. Staand op de bestuurdersstoel,Van Marle.
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Korte Historie Soesterbergse politie

Korte historie politie Soesterberg.

Voor het jaar 1900 is er nog niet echt sprake van een bruisend dorp zoals we Soesterberg tegenwoordig kennen. In die tijd is de Amersfoortsestraat al lang aangelegd en daaraan bevinden zich enkelen buitenplaatsen zoals Sterrenberg, Egghermonde (Bloemheuvel), Oude Tempel enz. Ook bevinden zich verspreid over de Soesterbergse heide hier en daar enkele eenvoudige witte huisjes en een enkele boerderij zoals Moerbessenberg en boerderij Ouders Vrucht aan de Postweg.

Een van de eerste Rijksveldwachters in Soesterberg is dan Barend Karelsen (+/- 1850) rond 1880 komt daar Jacob Nijeboer bij. Enkele zaken waartegen de Rijksveldwachters in die tijd moeten optreden zijn o.a. stroperij en illegaal afsteken van heideplaggen maar ze waren ook druk met moord en diefstallen.

Nachtdiensten werden door deze veldwachters nog niet gedaan daarvoor had de gemeente Soest  tot ongeveer 1930 nog nachtwachten in dienst, zoals de naam al doet vermoeden draaiden deze personen alleen nachtdiensten.

In 1919 heeft Soesterberg dan zijn eigen gemeente veldwachter genaamd G. Assink, deze deed regelmatig zijn ronde door Soesterberg met zijn Duitse herder Carex.

Politiepost aan de Verlengde Schoolweg ( Prof. Lorentzlaan)

Rond 1920 krijgt Soesterberg zijn eigen “politiebureau” naast de al in aanbouw zijnde politiewoning  wordt tevens een schuurtje met arrestantenlokaal gebouwd. De woning wordt gebouwd voor de som van Fl 7.700,00 en het schuurtje voor Fl 3091,00, dit alles was gelegen aan de Verlengde Schoolweg (Prof. Lorentzlaan).

Nachtwaker M. De Bruin wordt in 1929 in dienst aangenomen als agent en daarmee komt ook een einde aan de nachtwaker binnen Soest.

Tot 1930 werden de patrouilles door de politie te voet en op de fiets gedaan, u zult begrijpen dat als er met spoed extra politie in Soesterberg nodig was dat dat enige tijd in beslag nam daar men vanuit Soest gezien toch die bult over moest fietsen. Daarom wordt in 1930 besloten om een voertuig aan te schaffen en krijgt gemeente Soest zijn eerste politieauto.

Huisvesting van de politie in Soesterberg is als volgt:

Politiepost 1920 – 1941 politiepost aan de Verlengde Schoolweg (prof. Lorentzlaan) met als laatste    agent die hier woonde, A. De Raadt.

Politiepost 1941 – 1949 Amersfoortsestraat 12 (Merelhof) met als agent A.W. Kooman.

Politiepost 1949 – 1962 Veldmaarschalk Montgommeryweg 86, postcommandant C. van der    Heiden

Politiepost 1962 – 1988 Plesmanstraat, postcommandant o.a. van der Heiden, Bergman en     waarnemend postcommandant Kaspers.

politiepost Plesmanstraat (Dorpsplein)

Terug in de tijd, na de Tweede Wereldoorlog worden o.a. Antoon van de Berg en Gerrit van de Weerd aangesteld als hulpagent en nadien als agent van politie. Brigadier A. De Raadt wordt bevorderd tot adjudant en heeft hiermee de leiding over de Soesterbergse politie.

Omstreeks 1948 komt men tot de oprichting van het reserve – politiekorps. Men krijgt een cursus van politiepersoneel in vaste dienst en doet dan voornamelijk dienst tijdens grote evenementen zoals Koninginnedag. Enkele personen die dienst deden als reserve politie waren Littooy, C. van Daalen en S. van Soeren.

agent van Soeren wordt bevorderd door burgemeester Corver.

In 1955 gaat agent Kooman met pensioen en wordt vervangen door agent van Ham afkomstig van de Marechaussee. Er zijn dan 6 man in dienst van de Soesterbergse politie.

Na een felle discussie in de gemeenteraad van soest omtrent de aanschaf van een voertuig voor de politie in Soesterberg wordt ervoor gekozen om een motor met zijspan aan te schaffen ipv een Volkswagen.

Tot dan bestaat het politiekorps van Soest/Soesterberg uit alleen maar mannen maar daar komt in 1962 verandering in. Dan wordt de eerste vrouwelijke agent aangesteld in de gemeente Soest  te weten Eleonora Jacoba Berns.

politiekorps Soest jaren ’70

Enkele bekende namen uit de Soesterbergse politiehistorie zijn:

Vd Berg, Kaspers, Ham, Pley, v Soeren, de Heer, Litooij.

Na 1988 was er nog een politiepost in het Dorpshuis en de voormalige Marechaussee kazerne terwijl de politie ook nog tijdelijk in de Drie Eiken heeft gezeten.

Tegenwoordig heeft Soesterberg geen politiepost meer maar kun je 1 x per maand de wijkagent (Nico Sturkop) aantreffen op de markt aan de Rademakerstraat. 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | Een reactie plaatsen

ONS BELANG – opkomst en ondergang van een woonwijk

Het is begin 1900 en nabij Soesterberg worden de eerste stappen gezet op het gebied van luchtvaart. Dat blijkt zo een succes dat vliegkamp Soesterberg alras moet uitbreiden, er komen extra gebouwen en vliegtuigen. Een consequentie daarvan is dat er ook meer personeel komt te werken. Deze mensen moeten ergens onderdak zien te krijgen en daarom wordt begin 1920 besloten een woonwijk te bouwen voor de onderofficieren voor vliegkamp Soesterberg. Er is dan al een onderofficieren vereniging genaamd Ons Belang en dat zal dan ook de naam van de wijk worden. Er wordt besloten dat er 78 woningen gebouwd gaan worden en in 1922 is de wijk klaar en worden de eerste huizen bewoond.

De straten van de wijk Ons Belang dragen de namen van bestuursleden van de onderofficiers vereniging Ons Belang te weten Sytze Sinnema ( president 1902 – 1906), Andriesse en Dijkhuizen.

In de loop der jaren komen er steeds meer burgers wonen in Ons Belang, de wijk heeft zelfs 2 winkels o.a. A van Vark de kruidenier en T. Ouwerkerk de bakker.

15 Jaar na de bouw van de woningen vindt er al groot onderhoud plaats om de woningen beter bewoonbaar te maken. De woningen hebben dan nog steeds geen douche en zijn niet op het riool aangesloten, ook zullen de woningen beter geïsoleerd moeten worden tegen het lawaai van het vliegkamp wat op steenworp afstand ligt. 

Begin jaren 70 wordt duidelijk dat de woningen grondig gerenoveerd moeten worden, er is dan nog steeds geen douche en centrale verwarming ook is men dan nog steeds niet aangesloten op het riool. Plannen worden gemaakt en subsidie voor renovatie wordt aangevraagd bij het rijk. Dit gaat zo enige jaren door, daar en nogal vors geïnvesteerd moet gaan worden komt toenmalig staatssecretaris Schaefer zelf polshoogte nemen en is dan nog bereid tot het trekken van de buidel om flink te investeren in Ons Belang, maar dan slaat het noodlot toe, 2 opstijgende straaljagers scheren over Ons Belang, staatssecretaris Schaefer schrikt zich een hoedje van het lawaai en neemt ter plekke het besluit, hier wordt niet gerenoveerd of nieuwbouw gepleegd!

In de jaren die volgen proberen de bewoners van Ons Belang de sloop nog tegen te houden maar tevergeefs. Er is dan ook een bewoners commissie opgericht waarin o.a. zitten de heren Rabelink, Hendriksen en mevr Polman, alle goede bedoelingen ten spijt de wijk zal moeten verdwijnen.

Maar dan komt de vraag, waar in Soesterberg kan er een nieuwe wijk gebouwd worden voor de bewoners van Ons Belang? Lang lijkt er sprake van te zijn dat de nieuwe wijk zich zal vestigen aan de Kampweg waar dan nog de voetbalvelden van v.v. Soesterberg zich bevinden. Uiteindelijk wordt besloten dat de nieuwe wijk net achter het officierscasino aan de Kampweg komt te liggen.

De gemeente wil daar een nieuwe wijk bouwen met iets meer dan 100 woningen, 78 voor de bewoners van Ons Belang en iets meer dan 30 duurdere koopwoningen om het hele project te financieren, dit zou dan wel inhouden dat de tuinen een stuk kleiner zullen worden dan eerst voorgespiegeld, om die reden gaan de inwoners in protest en halen hun gelijk, er zullen 78 woningen gebouwd worden en aan de rand van de wijk zullen enkele duurdere koopwoningen gebouwd worden om het hele project financieel rond te krijgen.

Op het moment dat de eerste bewoners Ons Belang verlaten nemen krakers hun intrek in de leegstaande woningen. Dit leidt zelfs nog tot spanningen tussen krakers enerzijds en bewoners van Ons Belang anderzijds, de spanning lopen op een gegeven moment zo hoog op dat de krakers de politie moeten bellen omdat ze zich bedreigd voelen.

Een van de laatste bewoners van Ons Belang die de deur voor de laatste maal achter zich dicht trekt is Anton van Vliet, timmerman van beroep en degene waar men terecht kon als er een klusje in huis gedaan moest worden.

Met weemoed hebben de bewoners van Ons Belang de stap moeten nemen om hun geliefde wijk te verlaten, ze hebben zich daar altijd een grote familie gevoeld. 

In mei 1980 wordt dan de eerste sleutel van de nieuwe wijk genaamd Bloemheuvel uitgereikt aan de familie Oostenbrugge. De huur bedraagt dan F 425,00 oftewel € 192,00 .

Dit verhaal is mede tot stand gekomen met behulp van de heer Hendriksen waarvoor dank.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

RIJSCHOOL LIEBEN AAN DE VELDMAARSCHALK MONTGOMERYWEG

Rijschool Lieben aan de Veldmaarschalk Montgomeryweg

In 1950 haalt Herman Lieben geboren in 1923 uit Amsterdam zijn certificaat om rijlessen te mogen geven. In 1947 is Herman in Soesterberg komen wonen, hij trouwt in 1949 met Jacoba Smorenburg (geb. 1921 Soesterberg), Jacoba is geboren op het boerderijtje van Smorenburg aan de Verlengde Schoolweg (Prof. Lorentzlaan). Het pas getrouwd stel Lieben woont in het begin van hun huwelijk bij de ouders van Jacoba in, zoon Jan wordt daar nog geboren.

Herman werkt eerst nog als monteur bij het Mercedes bedrijf aan de Richelleweg voordat

Lees verder

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Een Kerstverhaal uit lang vervlogen tijd door Peter van de Weerd

Peter van de Weerd 24-12-1933, Verlengde Postweg 45.

Het was de dag voor Kerst toen ik werd gewekt door mijn moeder om 04:00 uur in de ochtend.Mijn truck was volgeladen met ongeveer 20 ton zware palen die bestemd waren voor de nieuwe zuivelfabriek in Groningen. Ik was voornemens om thuis te zijn voor 19.00 uur zodat ik samen met de jongens de kerstboom kon gaan opzetten.

Peter van de Weerd bij zijn vrachtwagen

Ik reed omstreeks 05:00 uur weg en om 10:00 uur kwam ik aan op de plaats van bestemming. Lees verder

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Piet Scharp – interneringskamp Zeist 1914 – 1918

Ten tijde van de 1ste Wereldoorlog ( 1914 – 1918 ) was er een Interneringskamp gevestigd op het terrein naast het huidige Kamp van Zeist. In dit kamp werden Belgische militaire vluchtelingen opgevangen. In dit kamp werden ongeveer 12000 man opgevangen. In het huidige Kamp van Zeist werden de bewakingstroepen ondergebracht. Het interneringskamp bestond o.a. uit logiesbarakken met keukens, waslokalen, latrines enz.

Piet Scharp

Ook was er een kantine gevestigd op het interneringskamp waar de Belgische vluchtelingen een versnapering konden kopen, naast deze kantine was er een manschappenkantine. De “baas” daarvan was sergeant Piet Scharp.

Lees verder

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Willem van den Brink, rijkskantonnier te Soesterberg.

Willem, geboren 19-01-1898 te Barneveld, komt in de jaren 30 in Soesterberg wonen.

Willem is dan al in overheidsdienst en vestigt zich met zijn vrouw Hendrika ( Riek ) aan de Verlengde Postweg 16 ( Generaal Winkelmanstraat ). Er was in Soesterberg een vacature voor Rijkskantonnier ( Rijkswegwerker ) en dat leek Willem wel wat.

willem van de brink rijkskantonnier te soesterberg

Willem en Riek op hun 50ste huwelijk feest op 3 sept. 1970

Willem neemt zijn werk zeer serieus en is als Rijkskantonnier verantwoordelijk voor het onderhoud van de Amersfoortsestraat vanaf Amersfoort tot aan Vollenhove toe.

Lees verder

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | Een reactie plaatsen