CIRCUS TONI BOLTINI

De wieg van ’s werelds grootste circus stond in Soesterberg

DIK TOP

Geboren 21 januari 1940

Soesterberg

DIK TOP

Auteur van o.a. de volgende boeken,

 -SOESTERBERG VAN TOEN TOT NU

 -EEN EEUW VLIEGKAMP EN DORP SOESTERBERG 

 -SOESTERBERG ONS DORP


Zijn achtergrond en jonge jaren

Toni Boltini werd op 22 februari 1920 geboren in Woensel, gemeente Eindhoven. Zijn echte naam was Wilhelmus Marinus Anthonius Akkerman. Zijn achternaam was de meisjesnaam van zijn grootmoeder van vaders zijde. Hij stamde uit een artiesten/variété-familie. Zijn overgrootvader, grootvader en vader waren in deze branche werkzaam. 

Zijn voornaam werd ook vaak geschreven als Tony, Antoni en Anthony.

Toni’s overgrootvader Johan Bolten nam de artiestennaam Boltini aan en begon in 1850 in Belfeld in Limburg op te treden als artiest met een reizend gezelschap. Zijn zoon, Toni’s opa Johannes Andreas Wilhelmus Bolten werd geboren in 1862 in Duitsland net over de grens. (overleden 1920) Ook hij was werkzaam in de variété-wereld. Hij trouwde met de in 1866 geboren Gesina Akkerman. Hun zoon Johannes Hendricus Gerardus Bolten, die in Den Haag ter wereld kwam in 1892 ging eveneens in het vak. Hij begon in 1917 in Treebeek (bij Hoensbroek) zijn eigen ‘Paaschkermis’ te organiseren. Dat werd een blijvertje. Reeds in 1920 gaven allerlei kranten berichten over de bekende goochelaar Boltini. 

Deze Johannes Bolten trouwde in 1918 met Johanna Borgert. Ze kregen een hele serie kinderen. De oudste was Willy (1919), Toni nummer twee (1920) en Johnny nummer 3 (1921). Daarna kwamen er ook dochters. 

In de jaren ’30 trad het variété theater/alias circus van Joh. Boltini overal in het land op. Zo schreef de Nieuwe Tilburgsche Courant op 28 augustus 1930: <Boltini is bij het publiek gewild, want steeds wordt zijn program gevuld met eerste klas artiesten. De acrobatiek verdient dan ook vermeld, doch eveneens de nummers met gedresseerde duiven, honden, paarden enz.>

Elders kan men lezen over het variété theater van Akkerman-Boltini met zijn beroemde Japansche goochelkunst en over Madame (Gretha) Boltini als slangenbezweerster, en de ‘kijktent bioscoop Akkerman-Boltini’ te Arnhem.

Toni en zijn jongere broer Johnny werden al op jonge leeftijd vaste medewerkers van het gezelschap van hun vader, zo ook een dochter. In april 1938 raakte zij ernstig gewond bij het oefenen op het slappe koord. Zij moest in een ziekenhuis worden opgenomen. 

De voorstellingen gingen door tot begin 1940. In die periode vooral in Noord-Brabant. Vader Boltini trad vooral op als sterke man. De oudste zoon Willy was een virtuoos op de xylofoon. Toni vertoonde zijn kunsten op diverse soorten fietsen.

Zijn vaders activiteiten in de bezettingsjaren

Na de Duitse inval was het enige tijd stil, maar op 18 oktober 1941 maakte een advertentie in het Dagblad van Noord-Brabant bekend dat Theater Boltini, standplaats Oude Vest in Breda van 22 t/m 25 die maand ging optreden met een <geheel nieuw wereldstad variété programma.> Vervolgens trad het circus weer in veel plaatsen in het land op. In 1942 gaf Boltini voor de 25ste keer voorstellingen op de kermis in Treebeek. Willi fungeerde op den duur ook als de leider van het variété theater.

In de Graafschapsbode van 10 september 1943 werden voorstellingen aangekondigd in ’s-Heerenberg van Circus Variété Boltini van 10 tot 14 september. <Willy Boltini, xylophoon virtuoos, Johan Boltini Nederl. Kamp. Gewichtheffen. Antoni rijwiel-sensatie, Trude Boltini contorsioniste.> 

Op 11 oktober trad het gezelschap op in het ontspanningsgebouw van Philips voor ‘Kracht durch Freude’, waarbij de N.S.D.A.P. werd vertegenwoordigd door Ortsgruppenleiter Krebbers. Al een week later volgde een optreden in Krasnapolsky in Amsterdam. Hierover verscheen zelfs een arikel in de ‘Deutsche Zeitung in den Niederlanden’: <Fräulein Boltini zeigte ihr Können in einer Elastiknummer “Morgengymnastik”.> Er werd regelmatig aangekondigd dat het theater 1000 zitplaatsen had.

Het Almelo’s Dagblad had een advertentie op 19 april 1944 aangaande voorstellingen op het Marktplein van 22 t/m 26 die maand, met een overzicht van het grote aantal artiesten, onder wie Toni en Conny Boltini ‘Equilibristik Akrobatik’ en rijwielacrobatiek van internationale klasse, Willy Boltini xylophonist. Programmaleider Willy Boltini. Directeur Johan Boltini.

Van vrijdag 21 t/m maandag 24 juli was het circus in Scherpenzeel. Via Driebergen 25 t/m 27 augustus ging de tournee op 30 augustus door naar Zeist. Er werd vermeld dat de zakelijke en artistieke leiding in handen was van Willy Boltini. Verder: <1000 zitplaatsen, Wereldstad programma – prima orkest.> Na de laatste voorstelling in Zeist op 4 september was het afgelopen voor de Duitsgezinde Johan Bolten, alias Akkerman.

Op 2 december 1944 adverteerde Willy Boltini in de Zeister Courant onder ‘te koop gevraagd’ met deze tekst: <GRAMOFOONPL. “Vijfde Hongaarsche dans” van Brahms, tegen goeden prijs. Aanb. Circus variété Boltini, Donkerelaan (achter perceel nr. 26 Sigarenfabiek Gustaaf Adolf).> 

Het gezin van Willy Boltini woonde op dat moment nog maar heel kort in Zeist, hetgeen blijkt uit een bericht in de Zeister Courant van 16 december 1944 onder <Evacuées die hier reeds een woonadres vonden: Fam. Boltini, Donkerelaan (26) – van Arnhem.> 

De advertentie van 2 december had kennelijk niet het gewenste effect, want op 14 februari 1945 verscheen een nieuwe oproep: <PARTITUUR 5e Hongaarsche dans (Joh. Brahms) en Heinzelmädchens wachtparade alsmede gramofoonplaten van bovengenoemde of ruilen t. div. Boltini, Donkerelaan 26.>

Na de bevrijding

Dat Boltini sr. gedurende de oorlog sterk pro-Duits was en zich daar ook naar gedroeg, werd na mei 1945 effectief verdoezeld. In de plaats daarvan verschenen artikelen in de pers waarin uitvoerig werd beschreven dat zijn bedrijf onder meer evacuees had geholpen. Zo zouden met zijn vrachtwagens tijdens en na de oorlogshandelingen rond Arnhem in september 1944 duizenden bewoners uit die contreien naar veilige oorden zijn getransporteerd. En nog veel meer.

Toni Boltini, nog woonachtig op Donkerelaan 26, verloofde zich op 22 februari 1946 met Dicky Veldhuysen, dochter van aardappelhandelaar A.D. Veldhuysen in Zeist. Haar adres was Const. Huygenslaan 5. Haar vader adverteerde eerder voor zijn zaak op Merschlaan 86 en een zaak in Driebergen. Toni’s broer Johnny verloofde zich hetzelfde jaar op Tweede Paasdag met Willy van ’t Voort. Toni en Dicky trouwden kort daarna. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren: Josette (1948) en Antoinette (1952). Op hun beurt werden beiden later actief in het circus van hun vader.

Toni leerde zijn vrouw Dicky het kunstrijden op fietsen met één wiel. Ze oefenden samen intensief. In 1946 traden ze al een paar keer op met een variété-show in Zeist onder de naam ‘Toni en Dicky Boltini kunstwielrijders’. De rest van de voorstelling was als vanouds: zijn vader trad op als sterke man, zijn zusjes zorgden voor een acrobatisch dansnummer, Johnny was de clown en verder hadden ze enige andere medewerkers opgetrommeld. Maar Toni droomde er van zelf een echte circusdirecteur te worden.

Eigen baas met startpunt Soesterberg

Door een toeval kon Toni een circustent kopen van iemand in ’s-Gravendeel, die deze man had verkocht aan Circus Don Carolane. Deze circusdirecteur had zijn tent echter wegens economische moeilijkheden nooit betaald. Boltini kon daardoor de tent goedkoop overnemen. 

Voor zijn voorbereidingen trok hij in de winter van 1946-‘47 naar Soesterberg. Als standplaats voor de kraamkamer van zijn circus koos hij het braakliggende weilandje van boer Van Rooijen aan de Montgomeryweg (achter pension Nellystein). Dit was het graslandje tussen de in 1956 gebouwde Marechaussee kazerne en de drie dienstwoningen die daar later bij werden gebouwd.

Toni had niet de geringste ervaring in het opzetten van zo’n enorme tweemasttent. Voor de verankering in de grond kocht hij in Zeist 200 dikke houten palen. Hij en zijn medewerkers ontdekten snel dat het ingraven daarvan heel veel zweetdruppels kostte. Bovendien, dat die palen nauwelijks geschikt waren voor dit doel. Spoedig kwam hij er achter dat stalen pinnen effectiever waren.

Uiteraard moest er vervoer komen om op tournee te kunnen gaan en wat dat betreft had de jonge ambitieuze circusdirecteur de tijd mee. De oorlog was nog maar kort geleden geëindigd en militaire vrachtwagens waren voor handige jongens zoals hij niet moeilijk te vinden. Samen met de toen nog onbekendemaar zeer‘geslepen’ Maup Caransa (1916-2009) kocht hij oude Amerikaanse legerauto’s. Sommige daarvan werden met een goede winst doorverkocht. Daar verdiende hij flink wat poen mee. Hij werkte ook enige tijd bij autosloper Adriaan Luyben in Soest. Van hem leerde Toni hoe hij op een nog slimmere manier bij militaire dumps goedkoop aan vrachtauto’s kon komen. Een aantal van deze vrachtwagens vormde de basis voor Boltini’s circuspark. Caransa werd in latere jaren wegens zijn enorme vermogen (vooral aan onroerende goederen) in heel Nederland bekend.

De voormalige legerauto’s werden op het terrein achter Nellysteijn lichtblauw gespoten. Hoewel Toni nu eigen baas was, bemoeide zijn vader zich wel met zijn doen en laten. Toen een van de werknemers bezig was de achteras van een vrachtauto met bladveren en al lichtblauw te spuiten, was dit niet naar de zin van senior. Nee, die onderdelen moesten een zwarte kleur krijgen!

Met zijn complete materieel en wagenpark vertoefde Toni maandenlang op dit weilandje. Jongelui uit de directe omgeving vonden vertier tussen de vele voorbereidingen die Boltini hier trof, en mochten soms klusjes doen, zoals de paarden water geven.

De eerste voorstellingen werden begin 1947 in Soesterberg voor een bescheiden publiek gegeven. Boltini had vier musici weten te engageren. Een Groningse kruidenier die toekomst zag in dit circus, trad op met vier Friese hengsten. Een andere artiest maakte capriolen op een rechthoekige trampoline en Toni en zijn vrouw gaven een fietsnummer weg. Een jong meisje danste in de piste op de rug van een paard. Zijn vader trad op als goochelaar. 

Als gevolg van dit zijn tamelijk langdurige verblijf in Soesterberg ontstond tussen de persoon Toni Boltini en dit dorp een bijzondere en blijvende band.

Na enige voorstellingen in Hoogland vertrok Circus Boltini in het voorjaar van 1948 voor zijn eerste tournee, naar de noordelijke provincies. Daar, in een ziekenhuis in Leeuwarden werd op 28 juli Josette, zijn eerste dochter geboren. Aan het einde van het seizoen keerde Boltini naar Soesterberg terug. Winst had zijn eerste tournee niet opgeleverd. 

Zijn vader trad op koninginnedag 30 april 1949 op als goochelaar voor de Soesterbergse jeugd in Huis ten Halve. Toen waarschijnlijk naast zijn circuswerkzaamheden tevens zelfstandig opererend als autohandelaar in Amersfoort, verscheen op 16 november 1949 een advertentie in De Telegraaf onder de kop: <Te koop. Moet beslist deze week nog> waarin hij 11 autobussen en 5 personenauto’s aanbood. De bussen waren van het merk Mercedes, 5 stuks (diesel 1937) en kostten 9.000 gulden per stuk, 5 Ford schoolbussen, 1 Kromhout (diesel 1943). De auto’s: 1 Ford (1943 stationcar als nieuw), 2 Chevrolets, 1 Morris(1944) en 1 luxe 4-deurs Ford (1946 rechts stuur). <Te bevr. Tony Boltini, Beestenmarkt, Amersfoort.>

Het lijkt er op dat zijn zusters soms voor eigen rekening optraden. De Waarheid vermeldde op 29 december 1949 dat in Odeon op Zeeburgerstraat 4 ‘the Boltini Sisters’ op het toneel zouden verschijnen met een caoutchouc act.

Het personeel van Toni moest worden uitgebreid. In de Telegraaf van 16 maart 1950 werd een stalknecht-chauffeur gevraagd, ongehuwd. Adres: Lijfering, dresseur Circus Boltini, Beestenmarkt, Amersfoort.

In een artikel in De Waarheid van 5 augustus 1950 werden enige historische feiten geopenbaard onder de kop <Wie Bolten heet mag naar ’t circus.> Het artikel vervolgde: <Circus Boltini bestaat honderd jaar en zal dit eeuwfeest vieren te Reuver in Limburg,

omdat daar in de omgeving, in het kleine Belfeld, de bakermat van het circus ligt. Honderd jaar geleden stichtte de overgrootvader van de tegenwoordige eigenaars zijn reizende onderneming. Jubileum voorstelling op woensdag 9 en donderdag 10 augustus.>

Iedereen die Bolten heette, mocht de voorstelling gratis bijwonen. De Telegraaf bevestigde op 23 september het 100-jarig bestaan en vermeldde dat eerder de vier zoons (van Boltini) het Kruis van Verdienste van het Rode Kruis hadden gekregen voor hun prachtige vaderlandslievende werk bij de evacuatie van Wageningen in 1944.

In deze tijd stelde Circus Boltini nog weinig voor. In september werd bij meerdere voorstellingen onderstreept dat het een kleine onderneming was, die meer de titel ‘paardenspel’ verdiende dan de naam circus. De Waarheid van 26 september 1950: <Johan Bolten is de tegenwoordige directeur en hij heet precies eender als zijn overgrootvader, die honderd jaar geleden met een tent en een handjevol artiesten de wereld introk.>  

Boltini was op de een of andere manier betrokken bij de tournée van Circus Althoff door Zweden in 1955. Dit engagement moet hem veel geld hebben gekost. Een bijzondere tent van Boltini is de zien op een foto die waarschijnlijk is genomen tijdens de beginjaren.

In 1959 ontstond er een langdurige vete tussen de broers Toni en Johnny die in de rechtbank werd uitgevochten. Toni had dat jaar het Duitse Circus Schickler gekocht en liet dit tegen een bepaald percentage van de bruto-recette door Johnny exploiteren. Hierover kregen zij ruzie, waardoor de jongste broer zijn eigen circus startte onder de naam ‘Mexico’. Johnny bleef toch ook de naam Boltini gebruiken, hetwelk hij volgens Toni niet mocht, omdat hij deze naam zelf met speciale toestemming van zijn vader had gekocht. Toni verloor de rechtszaak, maar ging in hoger beroep. Uitslag ons onbekend.

In januari 1964 was er veel te doen over een geplande tournee naar Israël. Per trein zou de hele boel gaan naar een haven aan de Middellandse Zee en daar vandaan worden verscheept naar Haifa. Wegens allerlei verwikkelingen ging deze trip niet door.

In de maand september dit jaar zou Toni gedurende 21 dagen optreden op het St. Jansplein in Antwerpen. Er was een misverstand met de gemeente, met het gevolg dat in zijn plaats het West-Duitse Circus Adolf Althoff een contract kreeg. Boltini pikte dit niet en reed met zijn caravaan van 120 wagens toch naar de Belgische stad. De politie moest de Scheldetunnel blokkeren om hem de pas af te snijden. De chauffeurs lieten de auto’s staan zonder de contactsleutels. Een enorme verkeerschaos was het gevolg. Dit voorval gaf hem veel gratis reclame en spontaan ontstond de uitspraak: “Dat gaan we op z’n Boltini’s doen.”

Via een advocaat in Bergen op Zoom eiste Boltini begin oktober een schadevergoeding van 17.000 gulden voor elke dag waarop hij niet had kunnen optreden. De eis moest worden ingediend bij die rechtbank in wier arrondissement het contract was getekend, en dit was in Soesterberg.

Reeds op 7 oktober trad hij weer op in Sittard. Daarbij gaf zijn jongste dochter Antoinette een show met paarden. Volgens de krant was ze pas 11 jaar – niet helemaal waarheidsgetrouw.  Haar vier jaar oudere zuster Josette had een antipodenummer.                                                      De zaak tegen de Belgen was daarmee niet afgedaan. In april 1965 werd bekend gemaakt dat een rechtszaak zou plaatsvinden in Utrecht. Een van de laatste berichten hierover hield in dat de Gemeente Antwerpen geen bezwaar had tegen het optreden van Boltini in september dat jaar …. 

Winterresidentie en El Paradiso

De contacten met Soesterberg bleven bestaan. Boltini had al in 1962 het voormalige kampeercentrum “Eendenhof” in Soesterberg in het bos achter de villa De Punter gekocht, op Amersfoortschestraat 78B. Op het terrein stonden enkele vakantiehuisjes alsmede een paar gebouwtjes die vroeger een horecabestemming hadden, benevens een woonhuis met puntdak dat hij zelf ging gebruiken.

Hier richtte hij zijn ‘Winterresidentie’ in, wat inhield dat hij hier elk jaar met zijn circus overwinterde. Op dit terrein startte hij in 1963 de horecagelegenheid Residentie Bar Dancing Boltini – ook bekend onder de naam El Paradiso. Zonder daarvoor bij het gemeentebestuur vergunning aan te vragen, liet hij er een aantal militaire (halfronde) nissenhutten plaatsen die na de bevrijding op de Leusderhei waren opgezet. Hierin richtte hij onder meer een discotheek in. De Gemeente Soest greep niet in. (foto 3 en 4)

winter residentie (eendenhof)

Pierre Kartner als Vader Abraham trad op bij de opening. Vooral tijdens de weekends werd deze dancing weldra druk bezocht door mensen uit heel Nederland. De oprit vanaf de Amersfoortsestraat kreeg het hard te verduren. 

winter residentie (eendenhof)

Eind december dat jaar kwam hij in het nieuws doordat in de leeuwenkooi in zijn winterverblijf op een vroege dinsdagochtend drie volwassen leeuwen vijf welpen hadden opgegeten. Hij breidde El Paradiso ook uit met een bowlingbaan.    

De ‘gebouwen’ kregen ook voortdurend uitbreiding. Houten constructies schoten als paddestoelen uit de grond. Cor Sukking in Soesterberg met zijn Karweihuis leverde tientallen liters carbolineum om de buitenwanden te impregneren. Over brandveiligheid scheen Boltini zich absoluut geen zorgen te maken. Van gemeentelijk toezicht was vermoedelijk totaal geen sprake.                                          

De ‘tent’ liep na enige tijd zo goed dat deze eveneens buiten onze grenzen bekend werd. Hier traden grootheden op zoals Bill Haley, Johnny Lion, The Lords, The Jumping Jewels en Rob de Nijs. De talloze bezoekers moesten soms lang in de rij staan om binnen te komen. 

Vader Abraham trad ook twee seizoenen bij Boltini op. In 1965 kocht Boltini een afgedankte Sikorsky helikopter van de Koninklijke Marine, de S.51 ’Jezebel’. Deze werd als blikvanger omgebouwd tot ’helikopterauto’. Dit was de eerste helikopter die in Nederland dienst deed. Een van zijn andere merkwaardige circuswagens met in ieder geval een van zijn dochters en een nicht.

Hij haalde tevens de Amerikaanse zanger Dave Berry naar Soesterberg. De afspraak met hem was dat hij vóór zijn optreden bij Boltini niet elders in ons land voorstellingen mocht geven. Berry kreeg per voorstelling van 30 minuten voor een publiek van rond 1800 mensen 10.000 gulden. Dit was in februari 1966.                                                                      

Dat de gemeente Soest hem bij zijn buitenissige uitbreidingen vrijwel nooit een strobreed in de weg legde, had tot gevolg dat Boltini een grote sympathie koesterde voor het college van B&W in deze gemeente. Dit had weer tot gevolg dat hij, misschien wel heel speciaal naar de Soesterbergers toe, tot wederdienst bereid was. Toen hij vernam dat er nog een financieel tekort was voor de realisatie van het Dorpshuis, schonk hij spontaan 1000 gulden!

Circusacademie

In augustus 1966 kocht Boltini in Soesterberg Huis ten Halve, waarin sinds 1947 het Katholiek Militair Tehuis was geweest. De koopsom was 216.000 gulden. Hier zou een circusschool worden gevestigd – volgens Boltini de eerste in West-Europa – en wel met een opleiding van vier jaar. De academie was bedoeld om jonge aankomende circusartiesten op te leiden. Op de benedenverdieping bevonden zich vijf grote luxe bars. Ze hadden een eikenhouten betimmering, volgestouwd met tierelantijnen om de gezelligheid te verhogen en er was een eerste klas keuken. De opleidingsschool bevond zich op de bovenverdieping. Met de opbrengsten uit de café-bar-dancing zou de academie worden gefinancierd.

De façade van Huis ten Halve had een grote facelift ondergaan. Aan weerszijden waren op een soort galerij witte houten paarden opgesteld.

Na de grondige verbouwing werd de Circusacademie met veel ophef geopend op 23 februari 1967. De festiviteiten werden opgeluisterd door onder anderen Vera Lynn, het Amsterdamse Politie-muziekkorps en het Soesterbergse muziekkorps St. Jozef.

Rademakerstraat circus academy Boltini

Uiteraard had Boltini diverse autoriteiten uitgenodigd. Maar het feest liep danig uit de hand, vooral door de herrie van de dansende jeugd op de bovenverdieping. Het zigeunerorkest ’Tata Mirando’ moest halverwege hun optreden opgeven. Ondanks de aanwezigheid van een politiecommissaris moest, nadat de officiële sluitingstijd was aangebroken, het pand met harde hand worden ontruimd. De academie werd zes weken later geopend.                                                Helaas voor Boltini werd dit unieke project een daverende flop die hij na korte tijd moest opgeven (noot). 

Zijn circus draaide nog volop door. In het voorjaar van 1967 engageerde Boltini Johnny Kraaykamp als clown. Zijn nummer was een groot succes, maar tijdens voorstellingen in mei in (toch weer) Antwerpen liet Kraaykamp meerdere keren verstek gaan. Hij werd op staande voet ontslagen.

In 1968 was Circus Toni Boltini uitgegroeid tot het grootste circus van Europa en volgens sommige berichten het grootste reizende circus ter wereld! Hij beschikte toen over een ‘achtmaster’ met 7000 zitplaatsen. Hij had ± 300 medewerkers en 180 wagens. De masten waren voorzien van een hydraulisch systeem waarmee de tent zeer snel kon worden opgezet. Wat dit betreft was hij een pionier en dit verschafte zijn onderneming de bijnaam Het Vliegende Circus. Toni en Dicky bij een van hun wagens.

Op vrijdag 15 oktober 1971, ‘s morgens vroeg voltrok zich een ramp – of juist niet? Terwijl baas Toni op tournee was in Groningen, raakte zijn winterresidentie in brand. Omdat alles van hout was geconstrueerd was na anderhalf uur niets meer van het snel gegroeide complex over! De schade zou ongeveer 100.000 gulden zijn. Er werd wel gefluisterd dat hij de brand zelf had veroorzaakt, of laten aansteken, omdat hij in financiële moeilijkheden was geraakt.

Voor zijn circus engageerde Boltini in 1975 de zanger Vader Abraham nogmaals als extra trekpleister. Zelf kreeg hij begin april dit jaar een hartaanval en werd opgenomen in het Elisabeth Ziekenhuis in Haarlem. Maar de voorstellingen gingen nog enige tijd door.                   In december 1975 werd Circus Boltini na veel hangen en wurgen failliet verklaard. Zijn hele en hebben en houden werd door de belastingdienst in beslag genomen en per opbod verkocht. Toch lukte het hem door middel van allerlei ingewikkelde financiële constructies tot 1980 voorstellingen te blijven geven. Hij hoopte lang op subsidie van het Rijk, maar dit ging niet door. Zijn laatste voorstelling was op 28 oktober van dat jaar in Laren. Hiermee kwam een einde aan zijn loopbaan als circusdirecteur. 

Oud Valkeveen

De meest succesvolle en bekendste circusdirecteur zowel van Nederland als Europa gaf zijn nomadeleven op en kocht het recreatiepark Oud Valkeveen bij Huizen. Hier, vlakbij het vroegere IJsselmeer, kon hij in alle rust terugkijken op zijn werkzame leven en de successen welke hij had geboekt. Dat deed hij in gezelschap van Pammy de Gilde, met wie hij op oudere leeftijd in het huwelijk was getreden en uit welke verbintenis in 1991 zoon Angelo was geboren.

Dicky en de dochters hadden een eigen woning op het terrein in Oud-Valkeveen.

Eén van zijn grootste successen – of stunts – vond Toni zelf, dat het hem in oktober 1966 was gelukt om toestemming te krijgen zijn tent op te zetten in het park van Paleis Soestdijk en dat daarbij zelfs koningin Juliana de voorstelling had bezocht.

Pammy bleef nog actief in de circuswereld. Zij verhuurde dieren (olifanten enz.), clowns en dergelijke.

De laatste jaren leed Toni aan de ziekte van Parkinson. Hij overleed in de Gemeente Blaricum op 24 december 2003. 

Maarten de Jong die ooit zijn biografie zou schrijven, publiceerde op 27 december een artikel met een foto van Toni Boltini, gezeten bij de graftombe met een gebeeldhouwd circusmotief die hij in 1999 had laten maken voor zichzelf, Pammy en zijn zoon Angelo. (foto 10) De Jong gaf een kijkje achter de schermen. Met zijn ‘boerenslimheid’ wist hij velen een loef af te steken, niet het minst de belastingdienst. Als zijn geldkist te klein was voor het binnengekomen recette, ging het voor een deel in de koelkast. 

Boltini bij graftombe (foto Maarten de Jong)

Terwijl de grote concurrenten in Nederland Circus Strassburger, Mullens en Van Bever moesten afhaken, kreeg Boltini steeds meer succes.

Bij een enquête die eind 2004 werd gehouden door columnist Visser van de Soester Courant met als onderwerp De Grootste Soester Aller Tijden (nou ja, Soester?) eindigde Toni Boltini op de tweede plaats onder de titel ‘een beroemde circusdirecteur in Soesterberg’.  Zijn ex-vrouw Dicky overleed in 2015.

Noot. Huis ten Halve werd daarna gekocht door de Zeister meubelhandelaar Dick de Bruin. Tegen de linker geval liet hij een vierkant gebouw plaatsen. Deze in daverend optimisme opgezette zaak Meubi Dick werd in oktober 1974 geopend. De verwachte opkomst van de klanten viel flink tegen. Het hele gemoderniseerde pand en de nieuwbouw ernaast brandde af in de nacht van 30 op 31 december 1980. Was niet deze zaak net als de Circusacademie van Boltini te hard van stapel gelopen? Ook hier dook de vraag op of de brand misschien door de eigenaar was aangestoken om de verzekeringssom uitbetaald te krijgen.

JANUARI 2021

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties Beschermd door WP-SpamShield voor WordPress