DE SMALSPOORLIJN VAN DE GENIE 

IN SOESTERBERG

Tijdens de mobilisatie van 1870 en onder meer als gevolg van de Frans-Duitse oorlog in die periode, was gebleken welke belangrijke strategische betekenis spoorwegen konden hebben bij gevechtshandelingen. Als gevolg hiervan werd het Bataljon Mineurs en Sappeurs (later Genietroepen genoemd) voorbereid om allerlei taken i.v.m. aanleg en exploitatie van spoorlijnen te kunnen vervullen. Uiteindelijk kreeg een veel kleiner onderdeel van de Genie deze taken toegewezen: de Compagnie Spoorwegtroepen. De mannen hiervan moesten in tijd van nood (bij stakingen en vooral tijdens een oorlog) spoorlijnen kunnen aanleggen, deze onderhouden en ook treinen (toen uitsluitend stoomlocotieven) kunnen doen rijden.

DIK TOP

Geboren 21 januari 1940

Soesterberg

Dik Top

Auteur van o.a. de volgende boeken,

 -SOESTERBERG VAN TOEN TOT NU

 -EEN EEUW VLIEGKAMP EN DORP SOESTERBERG

-SOESTERBERG ONS DORP

Daartoe had de Spoorwegcompagnie vanaf 1887 jaarlijks een trainingskamp bij het schietterrein De Vuursche in de Biltsche Duinen bij Bosch en Duin. Hier werden de militairen opgeleid in de verschillende takken van spoorwegarbeid. Er vonden allerlei soorten werkzaamheden plaats zoals het aanleggen van stukjes smalspoor. Sinds 1896 werd daar ook geoefend met de eerste stoomlocomotief. Deze had vier jaar eerder dienst gedaan bij schietproeven in de buurt van Schoorl, en werd daarom ’Schoorl’ gedoopt.

(foto 1) De militairen werden ook zoveel mogelijk op diverse plaatsen in Nederland ingeschakeld bij het verlenen van hulp bij de spoor- en tramwegen, om ervaring op te doen.

In 1901 werd de spoorlijn Bilthoven-Huis ter Heide-Zeist van de NCS aangelegd. Deze liep dwars door het oefenterrein De Vuursche. Dit gaf praktische problemen voor de Spoorwegcompagnie. Ook had de omgeving hinder van het veelvuldig gebruik van springladingen. Daarom werden plannen gemaakt voor een verhuizing naar het Kamp van Zeist. Op 27 oktober 1903 verzond in verband daarmee regimentscommandant luitenant-kolonel Recking een brief naar B&W van Soest, waarin hij vroeg of deze mogelijk bezwaren hadden tegen de aanleg van een spoorbaantje. Daarin deelde hij onder meer mee: <Het spoorbaantje zal bestaan uit (oude) rails voor normaalspoor op houten dwarsliggers, en zal bereden worden met wagentjes voor draagbaar spoor, z.g. Decauville-materieel, welke zoowel door menschenarbeid als door stoomkracht zullen worden voortbewogen.>

In 1906 werd een begin gemaakt met de aanleg van dit smalspoor (spoorbreedte 60 cm). Het beginpunt was station Huis ter Heide. De rails werden parallel met de rijksstraatweg door Soesterberg gelegd en 3,5 km vanaf het beginpunt met een bocht naar rechts over de Laan van Duquesne (later Eikenhorstweg genoemd en sinds 1922 Korndorfferlaan) naar het Kamp van Zeist – met een aftakking naar Hoogte 50, waar het eigenlijke oefenterrein kwam te liggen. Dit terrein lag op 50 meter boven NAP (vandaar de naam) aan de rand van de Leusderheide, achter het gebouw Hebron. Even voorbij de villa van Duquesne (het latere Klooster Cenakel) werd op de laan met diens naam over 50 m dubbelspoor aangelegd.

2 Opslagplaats voor bielzen op Hoogte 50

In 1907 kon dankzij het nieuwe smalspoorlijntje de verhuizing van De Vuursche naar het nieuwe onderkomen effectief worden aangepakt.

3 De stoomloc ZEIST met in het stuurhuis sergeant Kooman

Bij Hoogte 50 werd tevens een grote opslagplaats aangelegd voor rails, dwarsliggers en ander materiaal (foto 2). Locomotief nr. 2, die de naam Zeist kreeg, werd in 1909 aangeschaft (foto 3) en in 1914 aangevuld met nr.3, de Soesterberg. (foto 4) Ze werden allebei tweedehands aangekocht.                                                                                                                                       

4 Kooman poserend voor de stoomloc SOESERBERG

In 1914 verleenden de spoorwegtroepen assistentie bij de aanleg van de tramlijn Huis ter Heide-Amersfoort van de OSM, die op 25 juli dat jaar in gebruik werd genomen. Sinds die tijd lagen in Soesterberg twee paar rails op enige meters afstand van elkaar. Het smalspoor van de Genie lag het dichtst tegen de straatweg aan. Dit is onder meer te zien op een foto die werd genomen bij Hotel Café Restaurant De Zwaan. Later ’t Zwaantje genoemd. (foto 5)

5 Café de Zwaan met rechts het smalspoor en links de rails van de OSM

Het smalspoorlijntje werd in hoofdzaak gebruikt voor het vervoer van goederen voor de militairen. Tijdens de weekends echter werden ook manschappen vervoerd, verlofgangers en bezoekers, in aansluiting op de treinen die in Huis ter Heide stopten. Voor het vervoer beschikte men over één gesloten rijtuig voor officieren, twee open rijtuigen voor onderofficieren, één open manschappenwagen voor 20 personen, bakwagens, lorries en kipkarren. (foto’s 6 en 7) Op sommige plekken waar het treintje een weg kruiste was de maximum toegestane snelheid 5 km/u.

6 Zandvervoer met kipkarren bij Hooge 50
7 Een lorrie met baldadige militairen 1928

Toen de Eerste Wereldoorlog was uitgebroken, namen de activiteiten op het spoorlijntje toe wegens de paraatheid van het leger. Vanaf najaar 1914, nadat een groot aantal Belgische vluchtelingen in het Kamp van Zeist was ondergebracht, brak een enorm drukke tijd aan op de verbinding tussen dit interneringskamp en station Huis ter Heide. Ongeveer honderd van de Belgen werden geronseld voor de ravitaillering van hun landgenoten, het overladen van goederen en dergelijke. Tien andere Belgen deden dienst op de spoorlijn zelf.                                           Wegens het intensieve goederenvervoer werd in 1918 het emplacement in Huis ter Heide uitgebreid. Pas nadat de laatste Belgen in 1921 waren vertrokken, keerde er een rustigere tijd aan.

De spoorwegmilitairen hadden in 1918-‘19 ook geholpen bij de aanleg van een aftakking van de spoorlijn Soestduinen-Den Dolder naar de hangars van het Vliegkamp. Wegens de de-mobilisering in die tijd kon deze lijn niet meteen helemaal worden voltooid.

Door de sterk verminderde activiteiten en bezuinigingen werd in 1922 de spoorwegcompagnie ingekrompen tot een peloton. Het smalspoorlijntje raakte bijna uit de tijd, omdat vrachtauto’s de taak ervan grotendeels hadden overgenomen. Bovendien had het autoverkeer langs de rijksweg veel hinder van de treintjes. De lijn Huis ter Heide tot aan Klooster Cenakel werd daarom in 1927 afgebroken. Vanaf Cenakel werd daarna een nieuwe lijn aangelegd van de Korndorfferlaan dwars over de Amersfoortschestraat over de Doodeweg naar het vliegkamp, omdat op dat traject meer behoefte bestond aan transport van goederen. Deze lijn stak vlak naast het Christelijk Militair Tehuis de Banningstraat (later Montgomeryweg) over en sloot voor de grote stenen hangar 23 aan op het breedspoor van de NS naar Soestduinen. Daar was een primitieve overlaadplaats aangelegd.

Daar waar de lijn de wegen kruiste werden geen spoorbomen aangebracht. Het autoverkeer werd waarschijnlijk door een man met een rode vlag gestopt. 

8 Werkzaamheden aan het ‘vaste’ spoor – ook weer bij Hoogte 50

Ondanks de verminderde activiteiten bleven de spoorwegmannen toch bezig gehouden. Bij Hoogte 50 werd in 1929 een gedeelte van het draagbare spoor vervangen door een vaste smalspoorlijn en tweehonderd meter naar het noordwesten verplaatst. (foto 8) Op Hoogte 50 was ook een aantal loodsen gebouwd. (foto 9)

9 Een paar loodsen op hoogte 50 met de geparkeerde SOESTERBERG en links een lorrie

In 1932 werd een nieuwe diesel-locomotief in gebruik genomen. Deze kreeg de naam Stormvogel (foto 10).

10 De STORMVOGEL aan het einde van de Korforfferlaan waar het spoor een bocht maakte in oostelijke richting naar Hoogte 50

                                                                                                                          De laatste uitbreiding van de smalspoorlijn vond in 1936 plaats bij Hoogte 50. Tijdens de viering van het veertigjarig bestaan van het kamp op Hoogte 50 werd daar op 1 juli op feestelijke wijze en onder tamelijk grote belangstelling een nieuw aangelegde ’keerlus’ ingewijd. De versierde Stormvogel speelde daarbij een hoofdrol (foto 11).

11 Op 1 juli 1936 was de STORMVOGEL versierd wegens de opening van de nieuwe keerlus

De open manschappenwagens kwamen die dag goed van pas. De keerlus is goed te zien op een luchtfoto. (foto 12)

Zeist

Tijdens de mobilisatie in augustus/september 1939 namen de activiteiten op het spoorlijntje weer toe. (foto 13) De omstandigheden rond de smalspoorverbinding tussen Hoogte 50, het Kamp van Zeist en het vliegkamp bleven vrijwel onveranderd tot kort na de Duitse invasie in mei 1940. 

13 Dekenvervoer in verband met de mobilisatie in 1939

De Duitsers lieten spoedig het breedspoor dat van de lijn Den Dolder-Soestduinen doorliep tot even voorbij hangar 23, doortrekken naar het Kamp van Zeist, over het tracé van de smalspoorlijn die daarom werd afgebroken. Over het breedspoor werden grote hoeveelheden bommen en luchtmijnen van de opslagplaatsen op de Leusderheide naar de ’Fliegerhorst’ vervoerd.

Het smalspoor over de Korndorfferlaan werd omstreeks 1943 opnieuw aangelegd met een zijtak van het einde van de Doodeweg naar het terrein van de Stompert. De Duitsers maakten waarschijnlijk nog steeds gebruik van de Stormvogel. Langs de zuidrand van het vliegterrein in de richting van Huis ter Heide kwam ook een aftakking die de Banningstraat kruiste. Deze was misschien van het verplaatsbare type. Na de bevrijding werden alle rails van zowel het breedspoor als het smalspoor spoedig afgebroken. Er was een grote behoefte aan spoorstaven en bielzen. Het breedspoor van Soestduinen (achter De Paltz) naar de Vliegbasis werd laat in de jaren ’60 opgebroken. Tot in de jaren ‘80 lagen er nog enige resten van.

Materiëel van de Spoorwegcompagnie:

Loc. Nr.1 ’Schoorl’. Gebouwd in 1891 door Decauville Ainé le Petit Bourg bij Parijs. Deze werd in 1913 gedegradeerd tot verwarmingsketel. Na uitbraak Eerste Wereldoorlog mogelijk toch weer gebruikt.

Loc. Nr.2 ‘Zeist’. Gebouwd in 1891 door A.G. für Feld und Kleinbahnbedarf v/m Orenstein & Koppel. Gebruikt van 1909 tot 1934. Daarna verkocht.

Loc. Nr.3 ‘Soesterberg’. Gebouwd in 1905 door Stahlbahnwerke A.G. in Berlijn Tempelhof (fabrieksnr. 202). Deze werd begin 1914 in Duitsland gekocht. Na 1934 weinig gebruikt, maar hij reed wel elk jaar nog een keer.

Loc. Nr.4 ‘Stormvogel’. Diesellocomotief, gebouwd door Orenstein & Koppel.

Voor personenvervoer:

1 14-persoons gesloten rijtuig voor officieren

2 8-persoons open rijtuigen voor onder-officieren

1 20-persoons 4-assige open manschappenwagen

Voor goederenvervoer:

3 grote 4-assige bakwagens, waarvan de zijschotten konden worden afgenomen

2 kleine 2-assige bakwagen

16 kipkarren en een aantal lorries

Bronnen: 

Een deel van dit artikel is ontleend aan een verslag van mr. R.G. Klomp en J.W. Montenberg, dat werd gepubliceerd in nummer 1969-8 van het tijdschrift <Op de Rails> (pag.143 t/m 149).                                                                                                                              De foto’s werden grotendeels verzameld door de Soesterberger Fred Ouwerkerk die jong overleed.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties Beschermd door WP-SpamShield voor WordPress