HET MYSTERIE VAN DE OUDE BRANDWEERAUTO

DOOR MARTIN VAN DER ZEEUW

Martin van der Zeeuw

Zuchtend open ik doos na doos op de zolder, dwalend en afdwalend tussen spullen waar eigenlijk niemand meer wat aan heeft. Zelfs ik niet, al heb ik me dat in al die 62 jaar dat ik nu op deze aardkloot rondloop, nooit gerealiseerd. Van alles bewaard, en nu moet minstens de helft de deur uit. Vind ik. Ruimte in huis, ruimte in hoofd.

Dan kom ik een mapje tegen van een zeker vijfentwintig jaar geleden ter ziele gegane fotozaak en zie ik foto’s terug van een wrakkige brandweerwagen die langs de muur van een gebouw staat. Ik herinner me dat ik de foto’s begin jaren zeventig in Soesterberg heb gemaakt; het gebouw bestaat niet meer, maar de plek kan ik nog zo aanwijzen. Maar nu, bijna vijftig jaar later, wil ik toch meer weten.

Mercedes fabriek Speek en Muller Amersfoortsestraat – Richelleweg

Agfa Rapid
Soesterberg was wel heel ver van mijn destijds Haagse bed. Mijn geluk was echter dat mijn vader een auto had. Van ‘de zaak’ weliswaar, maar toch. Een blauwe Ford 17M stationcar. Voor zijn werk als montage-inspecteur bij een kranenfirma reed hij het hele land door. En soms mochten mijn broertje en ik mee. Waarbij ik altijd mijn fototoestel meenam en alles wat maar róók naar ‘oude auto’s’ op de gevoelige plaat vastlegde. Want gevoelige platen had je toen nog.
In het pre-A28-tijdperk reed de hele wereld over de Amersfoortsestraat.

Mijn vaste bakens waren de Shermantank bij de Du Moulinkazerne, de oude vliegtuigen van AvioResto en ten slotte De Spitsheuvel, want daar wachtte ons een broodje kroket. Maar die keer had ik mijn vader vriendelijk doch dringend tot stoppen gemaand omdat ik een oude vrachtwagen had zien staan. Het bleek een brandweerauto te zijn, volledig ontmanteld en ontdaan van pompen, slangen en ladders, roestig, verveloos, vermoeid, en daardoor juist heel mooi. Op de radiateur stond een Mercedes-ster. Ik pakte mijn Agfa Rapid en maakte een aantal foto’s volgens een vaste formule: driekwart van voren, voorzijde, achterzijde, bestuurderszitplaats. Het broodje kroket moest maar even wachten.

De eerste foto die ik maakte van de Daimler brandweerauto zoals hij begin jaren zeventig bij Speek & Muller stond. Op het gebouw op de achtergrond is de Mercedes-ster te zien

Strohalmen
En dan vraag je je tientallen jaren later af waarom je toen niet meer details hebt gefotografeerd of hebt opgeschreven. Of waarom je niet binnen afzienbare tijd navraag

hebt gedaan. Ja, je bent veertien, je hebt wel andere dingen aan je hoofd. En wat zegt het je nou? Je weet alleen dat het een oude brandweerwagen is, je herkent het merk, maar een gemeentewapen zit er niet meer op en het ontgaat je volledig dat de auto massieve banden heeft, een koperen radiateur en een – nauwelijks meer leesbaar – provinciekenteken. Je maakt foto’s voor je plaatjesalbum en dat is het dan.

Toch knaagt het. Die jongen van toen is inmiddels autojournalist, heeft van talloze klassieke auto’s de historie boven water gekregen, en bij eentje die hij zelf nota bene fotografeerde loopt hij vast? Zal toch niet gebeuren! Bij welk bedrijf stond de auto, wat waren het type en het bouwjaar, waarom stond hij daar, bij welk korps had hij gediend, wat is er uiteindelijk mee gebeurd, is hij gesloopt of gerestaureerd? Ik wil het allemaal weten, het is mijn eer te na om het niet uit te zoeken. Ik begin bij de twee strohalmen die ik heb: het merk van de auto en de locatie. De bal gaat harder rollen dan ik verwacht.

De Daimler had al elektrische verlichting, in de jaren twintig nog geen gemeengoed voor auto’s. De banden zijn van massief rubber, wat destijds bij vrachtauto’s nog vaak werd toegepast om het gewicht te kunnen dragen. Op de kentekenplaat zijn nog de 4, de 8 en een deel van de 5 te onderscheiden. Onder het kenteken is een emaillen plaatje met ‘brandweer’ te zien

Speek & Muller
Op Tweede Paasdag van dit jaar mail ik de gescande foto’s naar twee experts: brandweerspecialist Johan Pots van brandweervoertuigenonline.nl over de auto en Bert van Soeren van de vereniging Oud Soesterberg over de locatie. Op een van de foto’s had ik nog iets ontdekt: een grote Mercedes-ster op het gebouw achter de auto. Ook dit vermeld ik in mijn mail.
Bert van Soeren mailt me diezelfde dag nog terug met het exacte adres: Amersfoortsestraat 22, hoek Richelleweg. Daar stond een autobedrijf dat Speek & Muller heette. Hij stuurt een oude zwartwitfoto mee en daar staat zowaar ook de brandweerauto op, ergens vaag op de achtergrond.
Speek & Muller wordt mijn nieuwe aanknopingspunt. Er is weinig over te vinden op het internet, maar een kort regeltje dat er in het vrachtwagentijdschrift TransMobiel ooit een artikel over was verschenen, trekt mijn aandacht. Ik heb het betreffende exemplaar uit 2013 nabesteld en daarin staat het hele verhaal over het bedrijf. Speek & Muller assembleerde in de jaren vijftig Mercedes vrachtauto’s uit Duitsland in opdracht van AGAM, de Nederlandse importeur. Later ging het over op reparatie en revisie. Bij Oud Soesterberg was ook niet zo veel over Speek & Muller bekend, dus met toestemming van TransMobiel heb ik het artikel gescand en aan de vereniging doorgestuurd, waarna het op de website is geplaatst.

Brabants tweedehandsje
Ook brandweerexpert Johan Pots had gereageerd. Hij stuurde een foto van een brandweerauto van de Brabantse gemeente Roosendaal, die uiterlijk precies overeenkwam met de auto in Soesterberg. De kans was groot dat het om dezelfde auto ging; niet elke gemeente kon zich toen een autospuit veroorloven en al helemaal geen Mercedes. Met die wetenschap was het ook niet vreemd dat de Roosendaalse spuit een tweedehandsje bleek te zijn: in 1942 was hij overgenomen van Breda. Daar was hij in 1921 nieuw geleverd als de allereerste autospuit van die gemeente. Het ging om een Daimler type DC 3 dF (Mercedes-Benz is pas in 1926 ontstaan) met het provinciekenteken N-46158. Dit kenteken is, naar later bleek, meegegaan van Breda naar Roosendaal.

De Daimler in Roosendaalse uitvoering (Foto coll. brandweervoertuigenonline.nl en Brabants Historisch Informatie Centrum BHIC)


Op de vrijwel volledig verroeste kentekenplaat die op mijn foto’s zichtbaar is, zijn in elk geval de 4, de 8 aan het eind en een vage 5 te onderscheiden. Wie een beetje kijk heeft op typografie en letterspatiëring zal ook zeggen dat de letter/cijfercombinatie kan kloppen. Verder speurend op het internet, met de gegevens die ik nu heb, vind ik nog wat oude foto’s van de auto die wat specifieke kenmerken tonen, zoals een klein emaillen plaatje met het woord ‘brandweer’ bij het kenteken. Heel bijzonder is een Polygoon-filmpje uit 1939, waarop de auto in actie te zien is tijdens luchtbeschermingsoefeningen in Breda – jazeker, Nederland was helemaal klaar voor een inval van de Duitsers! Hoe dan ook, het is nu vrijwel zeker dat de auto in Soesterberg de autospuit uit Breda/Roosendaal is.

Op deze foto uit de jaren vijftig, gemaakt in Roosendaal, is duidelijk de pomp aan de achterzijde te zien. Onder het kenteken staat eenzelfde soort plaatje met ‘brandweer’ als aan de voorzijde. Vermoedelijk gaat het hier om een ontheffing om nog met een provinciekenteken te rijden omdat vanaf 1951 nieuwe, landelijke kentekens werden ingevoerd. De sterk verouderde brandweerauto zou waarschijnlijk kort daarna buiten dienst worden gesteld, waardoor overzetten geen zin meer had (Foto BHIC)

Draaiende motor
Teus de Ruiter maakt de cirkel nagenoeg rond. De Ruiter is oud-medewerker van Speek & Muller en is een van de mensen die reageert op het artikel op de website van Oud Soesterberg. Hij was het ook die rond 2013 op een vrachtwagenevenement de stand van TransMobiel bezocht met foto’s en informatie over de geschiedenis van zijn voormalige werkgever.
De Ruiter weet zich de autospuit nog te herinneren en vertelt dat de auto was overgenomen van een Utrechts transportbedrijf, dat hem inderdaad uit Brabant had gehaald. Volgens De Ruiter is bij Speek & Muller de motor nog draaiend gemaakt voordat de auto is weggezet. Het schijnt dat Speek & Muller wel vaker iets opkocht en er dan weinig mee deed.

Anno nu is het bestaan van de auto niet meer bekend; hij is destijds vrijwel zeker gesloopt. Misschien was het wel de bedoeling om hem te restaureren, maar is ervan afgezien omdat het toch een te kostbare zaak zou worden. Met Speek & Muller liep het sowieso al richting einde: in 1972 hield het op te bestaan. Op het moment dat ik de foto’s maakte, sleten bedrijf en auto daar wellicht hun laatste dagen.

Soesterberg is inmiddels gevoelsmatig niet zo ver meer als toen. Ik heb het zelfs beter leren kennen. Natuurlijk heb ik het Nationaal Militair Museum bezocht, maar geloof het of niet, ik heb zelfs concerten van muziekvereniging Odeon bijgewoond en het Officierscasino bewonderd. Mijn moeder, die in de jaren vijftig bij de Luva diende, is bij mijn weten ook nog in Soesterberg geweest. En met de historische kennis van nu vind ik het jammer dat ik het ‘woondorpje’ Ons Belang nooit bezocht heb, waar ik zo dichtbij was en waarvan nu geen steen meer op de andere staat.

Maar ik dwaal (weer) af. Het is mooi om te zien, én belangrijk, dat er een clubje mensen is dat de rijke historie van Soesterberg en zijn omgeving tot in details uitpluist en vastlegt voor het nageslacht. Goed dat ze er zijn, mensen als Bert van Soeren, Cor Sukking (fijne man, paar keer ontmoet) en Dik Top. Mensen die de geschiedenis achter elke stoeptegel in hun stad of dorp kennen, en die je dus ook kunnen helpen bij het oplossen van ‘prangende vraagstukken van historisch belang’. Zoals een voor jou uiterst intrigerend jongensmysterie rond de roestige overblijfselen van een oude brandweerauto.

Martin van der Zeeuw, Haarlem, april 2021

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties Beschermd door WP-SpamShield voor WordPress