MILITAIRE TEHUIZEN IN SOESTERBERG

CHRISTELIJKE TEHUIZEN

Kamp van Zeist

Nadat ‘enige aanzienlijken’ een stichting hadden opgericht, werd ongeveer in 1880 in het Kamp van Zeist een tehuis gebouwd voor dienstplichtige militairen. Niet bekend of dit tehuis specifiek voor ‘christelijken’ was bestemd – vermoedelijk wel. Onder anderen ds. G. Verrijn Stuart, die van 1889 tot 1893 N.H. predikant was in Soesterberg/Huis ter Heide, leidde hier bijeenkomsten.


DIK TOP

Geboren 21 januari 1940

Soesterberg

Dik Top

Auteur van o.a. de volgende boeken,

 -SOESTERBERG VAN TOEN TOT NU

 -EEN EEUW VLIEGKAMP EN DORP SOESTERBERG

-SOESTERBERG ONS DORP


De krant van 6 augustus 1904 meldde dat het militair tehuis in de legerplaats Soesterberg op donderdagavond ca. half 11 binnen een kwartier tot de grond toe was afgebrand, als gevolg van een ongelukje met een petroleumlamp. Niet zeker of dit het oorspronkelijke C.M.T. betrof en of dit tehuis werd herbouwd.

In augustus 1921 werd ook een C.M.T. genoemd in het Vlasakkerkamp.                                           Bij het oefenterrein ‘Hoogte 50’ van de Genietroepen was een ‘tijdelijk’ C.M.T. Eveneens van hout (foto 1).

In november 1924 stond in de krant dat dit ‘s zomers was geopend, voor de ‘genisten’. Hier was J. de Vries de ‘huisvader’. Als zijn adres werd opgegeven Hoogte 50. Zijn zoon Piet werd later dominee en ‘stond’ onder meer in Driebergen. Dit tehuis stond aan het weggetje dat later de naam Laan van Blussé van Oud Alblas kreeg, en deed ondanks de tijdelijke functie vermoedelijk dienst tot het uitbreken van de oorlog in 1940.                                 Het houten militaire tehuis in het Kamp van Zeist (al dan niet gebouwd of herbouwd na de brand in 1904) met daarin een aparte woning voor de beheerder was daar in gebruik tot het werd verplaatst in 1921-‘22. (foto 2)

Het Militair Tehuis in het Kamp van Zeist.

Banningstraat

Na de verhuizing kwam het te staan aan de Banningstraat, tegenover het vliegterrein. De bouwvergunning was afgegeven op 17 november 1921 (kadastraal sectie D nr. 1096). Het tehuis kreeg huisnummer 13. Van dit C.M.T. was A. Wentink de eerste beheerder ofwel ‘huisvader’.

(foto 3) De Christelijke Oranje Vereniging werd in dit tehuis opgericht in april 1925. Wentink werd in juni 1926 benoemd tot weesvader in Den Haag en verhuisde daarheen in augustus. Dezelfde maand werd Johannes H. Oorthuijs benoemd tot huisvader in Soesterberg. Hij had op dat moment dezelfde functie in Naarden.

Oorthuijs voor het C.M.T. jaren ’30. (foto J.H. Oorthuijs sr.)

In oktober verhuisde hij met zijn gezin naar Soesterberg. Behalve als tehuis voor dienstplichtige militairen deed het gebouw dienst voor allerlei – meestal ‘christelijke’ – bijeenkomsten, voor bazars, lezingen en vergaderingen van verenigingen. (foto’s 4 en 5) De Soesterbergsche Schaakclub werd hier in 1931 opgericht en gebruikte de zaal een tijd als clublokaal.

De ontspanningszaal in het C.M.T. aan de Banningstraat. Wentink en zijn vrouw achter de tafel. (foto H. Koning-van den Brink)

Precies ernaast kruiste vanaf 1927 het smalspoorlijntje van de Genie de Banningstraat. Hier waren geen spoorbomen. Vermoedelijk werd het verkeer over de weg handmatig gestopt als er een treintje moest passeren. Oorthuijs was lange tijd leider van de zondagsschool van de N.H. gemeente. Het terrein rond het militair tehuis was laag en lag aan de voet van het Soester Hoogt.

Het C.M.T. helemaal rechts met daarlangs de smalspoorlijn die de Banningstraat kruiste. Bijzondere dag? Op het fietspad meer dan dertig mensen die allemaal richting het dorp reden. (foto Beeldbank Defensie) – Krantenbericht van 9 juli 1938 over de hevige regenval.

Toen de betonweg in 1934 werd aangelegd, werd een gedeelte van de riolering verwijderd. Sindsdien liep bij zware regenval dit hele gebied onder water. De brandweer moest dan uitrukken om het water weg te pompen. Dit gebeurde al op 17 november 1936, en tevens op 2 januari 1939 en op 7 en 8 januari 1940. (foto 6 en bericht over de zondvloed)

Het breedspoor dat van Soestduinen achter de Paltz door langs de hangars op het vliegveld  lag, werd doorgetrokken naar het Kamp van Zeist. De rails van het smalspoor die de Banningstraat kruisten werden later ca. 100 m richting Soest verplaatst. 

Johannes Oorthuijs en zijn vrouw Levina Antonia de Jong (geboren in Utrecht op 25 juni 1891) hadden 6 kinderen. (noot 1) In februari 1940 trouwde de 19-jarige dochter Levina van Oorthuijs met de Soesterberger Simon de Geus, 22 jaar en radiomonteur. Wonend op Amersfoortschestraat 36 (wijk Ons Belang) kregen ze in december dat jaar dochter Engeltje Levina Johanna. Simon was lid van de Luchtbeschermings Dienst (zie artikel onder deze naam).                                                                                                                                                   Oorthuijs vervulde zijn functie bij het C.M.T. totdat in de loop van 1940 op bevel van de Duitsers het hele gebouw werd afgebroken. Met zijn gezin verhuisde hij naar Dijkhuisstraat 14 in Ons Belang. In juni 1941 vertrokken ze naar Zeist, Joost van de Vondellaan 49. Daar bleven ze meer dan 20 jaar wonen. Johannes Oorthuijs overleed op 6 december 1970 in de Bilt. Zijn vrouw was al in 1965 in Zeist overleden.  Hun zoon Johannes Henricus Oorthuijs was in mei 1940 luitenant op het vliegkamp. Hij was belast met het onklaar maken van alles wat bij een invasie door de vijand benut zou kunnen worden. Toen de Duitsers vroeg in de ochtend van 10 mei ons land geheel onverwacht binnen vielen, stonden er op de spoorlijn bij de hangars een paar tankwagens met benzine. Toen hij bezig was deze eigenhandig te laten leeglopen, verloor hij door de benzinedampen zijn bewustzijn. Hij moest door andere militairen in veiligheid worden gebracht. Het gevolg was dat hij zich later van beschietingen door vliegtuigen van de Luftwaffe niets kon herinneren. Hij sloot zijn carrière af in de rang van generaal-majoor bij de luchtmacht. (foto 7

Generaal Oorthuijs bij een Fokker S.11 op Soesterberg jaren ’60. (foto J.H. Oorthuijs jr.)

Het is zeer eigenaardig dat ondanks het grote aantal dienstplichtige militairen tijdens de na-oorlogse jaren in Soesterberg, hier na 1945 geen C.M.T. meer was, en zelfs geen tehuis op neutrale grondslag, 

ROOMS KATHOLIEKE TEHUIZEN

Ook de katholieken hadden in het Kamp van Zeist een gebouwtje of lokaal voor hun militairen. Hiervan getuigt een oproep in het R.K. Dagblad Het Huisgezin van 11 oktober 1915. In Soesterberg was een R.K. Militairen Vereeniging St. Martinus bestaande uit ongeveer 300 katholieke manschappen van het bewakingsdetachement van het interneringskamp. De kas van dit tehuis was leeg. De lezers werden verzocht geld bij te dragen, omdat anders de kosten voor de verwarming, het licht enz. niet meer konden worden betaald en het huis gesloten zou moeten worden. Men kon ook boeken schenken voor de bibliotheek. Onder het artikeltje stond de naam van de voorzitter van de vereniging, pastoor T.C. Boonekamp. Hij was in 1912 pastoor geworden in Soesterberg en overleed er op 45-jarige leeftijd in december 1916.

De Vetkeet

In het dorp Soesterberg zelf werd daarna ook een K.M.T. ingericht. Dit werd ondergebracht in een houten gebouwtje achter de vroegere R.K. kerk aan de Rademakerstraat. Omdat de hygiëne in dit lokaaltje niet op een hoog peil stond, kreeg deze ruimte spoedig de bijnaam ‘Vetkeet’ (foto 8).

Vetkeet

De concierge was IJ.A. Boonekamp die aan de overkant van de weg woonde op nummer 28. (niet te verwarren met pastoor Boonekamp) Hij moet de man zijn geweest die zijn werk misschien niet helemaal met volle overgave deed. In De Eembode van 20 april 1920 werd beschreven dat in het K.M.T. een lezing werd gehouden door aalmoezenier Padberg. In juni 1924 kwam het tehuis in opspraak omdat enige soldaten daar op 6 mei beschonken zouden zijn. Als gevolg hiervan stelde een minister krasse maatregelen voor tegen dit tehuis. Nader onderzoek toonde aan dat de soldaten er wel een biertje hadden gedronken, maar dat ze pas later dronken waren geworden na een bezoek aan een koffiehuis met drankvergunning. In dezelfde maand werd er in het K.M.T. ingebroken.  

interieur van de Vetkeet compleet met biljart en propeller. (Collectie Dik Top)
Het exterieur na restauratie en de blauwdruk van de architect. (foto L. Kuiper jr.)

IJ.A. Boonekamp adverteerde in 1926 een groot aantal keren als begrafenisondernemer  Enige tijd later woonde hij op de Verlengde Postweg (Generaal Winkelmanstraat). Op 4 augustus 1931 vierde hij zijn 12,5 jarig jubileum als concierge van het tehuis van de R.K. Militairen Vereeniging. Dit kan betekenen dat ‘De Vetkeet’ werd geopend in februari 1919.

Volgens de notulen van de Gemeente Soest van 1935 deed Y. Boonekamp afstand van zijn verlofrecht voor de benedenlocaliteiten van het R.K. militair tehuis aan de Rademakerstraat. Om deze reden vroeg hij om restitutie van het bedrag dat was betaald voor verlof A, omdat hij hiervan afstand had gedaan. Hiermee kwam waarschijnlijk nog geen einde aan het bestaan van dit K.M.T. (foto 9 en blauwdruk)

Amersfoortschestraat

Op 12 mei 1939 schreef de Soester Courant over de opening van het K.M.T. in het perceel op Amersfoortschestraat 21 (kadastraal E. 1878). Deze witgepleisterde woning met CARPE DIEM op de voorgevel stond (en staat nog altijd) tegenover missiehuis Sint Jan. Pastoor Mocking verrichtte de inwijding (noot 2). Ook aanwezig was aalmoezenier H.J.J.M. van Straelen. Kerkmeester J. Mensink kreeg voor de benedenlocaliteit een schenkvergunning verlof B. In 1940 stond op dit adres genoteerd A.Th. Smorenburg. Hij fungeerde waarschijnlijk als de ‘huisvader’. De bedoeling was dat dit tehuis slechts voor zes maanden zou fungeren, omdat er concrete plannen waren voor de bouw van een nieuw R.K. militair tehuis aan de Verlengde Tempellaan. Daar was in de gemeente veel over te doen. Onder meer omdat deze weg niet was verhard, was er ontheffing nodig van sommige beperkende bepalingen. Jaap Nooder die er eerst tegen was, stelde in november voor om deze laan toch op te nemen in het wegenfonds. Hij was er ook voor om dit gebied op te nemen in het uitbreidingsplan. Vraag is of ooit een begin werd gemaakt met de bouw van dit tehuis en de verbetering van de weg. Er is verder niets over te vinden. De oorlog gooide roet in het eten.

Na de bevrijding was er even sprake van dat een K.M.T. zou worden gebouwd aan de Rademakerstraat tussen bakker Van Angeren en de woning van S. van Leeuwen.

Huis ten Halve

In plaats daarvan werd begin 1947 Huis ten Halve gekocht van Nico Waltmann en ingericht als K.M.T. De opening vond plaats op woensdag 19 maart. De inwijding werd verricht door aalmoezenier Wilmink (foto 10).

Huis ten Halve als K.M.T. (Collectie Dik Top)

Pastoor Welsink werd directeur en als ‘huisvader’ werd Joop Smorenburg benoemd. Hij was net zoals Boonekamp tevens begrafenisondernemer. In de loop van 1947 of 1948 werd de muziektent van de Kampweg verplaatst naar de linker zijde van Huis ten Halve. In de ruime zaal aan de achterkant vonden net als voor de oorlog veel evenementen plaats. Hier werden in de jaren ’50 ook elke dinsdagavond films vertoond, voor zowel burgers als militairen tegen betaling. Deze voorstellingen werden verzorgd door Hotel/Bioscoop Figi in Zeist. Eind jaren ’50 fungeerde de jonge Soesterberger Rob Ruterink hier als filmoperateur. Dit K.M.T. deed dienst tot ongeveer 1966.                                                                                                                                  Toni Boltini kocht het pand en begon er zijn ‘Circusacademie’ (zie aparte artikelen over Boltini en Huis ten Halve).

De Cockpit

De Cockpit in Huis ter Heide. (Collectie Dik Top)

In Huis ter Heide werd zomer 1951 villa Beukenoord op Amersfoortseweg 43 aangekocht en dit ging in december dienst doen als K.M.T. Het kreeg de naam ‘De Cockpit’. Hier was Jan van den Bremer huisvader. Zijn bezoekers waren vooral dienstplichtige militairen die in het nabij gelegen Walaardt Sacré Kamp waren gelegerd.

Vanaf 1953 stond er als blikvanger jaren lang een afgedankte Spitfire voor, de 3W-1. (foto 11) Deze werd later onderdeel van het Militaire Luchtvaart Museum. De Cockpit werd in 1974 gesloten.

Noot 1. De kinderen van Oorthuijs: Johannes Henricus, Utrecht 30 juli 1917 – Hermina Levina, Naarden 22 oktober 1919 – Levina Antonia Jacoba, 30 oktober 1920 – Anne, Naarden 22 november 1925 – Antonia, Utrecht 20 juni 1928 (overleden Soest 17 oktober 1931) – Emma april 1940.

Noot 2. In deze ruime woning woonde in 1934 en in 1937 auto-importeur A. Bloemer. In 1934 stond op dit adres ook genoteerd Baron van de Borch tot Verwolde.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar MILITAIRE TEHUIZEN IN SOESTERBERG

  1. Hans Oorthuijs schreef:

    Goedenavond,

    Leuk artikel over de tehuizen. Vooral leuk om de foto’s van mijn opa en oma, en mijn vader bij de S11 (een voor mij zeer bekende foto) te zien!
    En links op de achtergrond van de foto nog net gebouw 35 te zien, waar ik op de VVA mijn 1e vrouw heb leren kennen 😉
    Ik heb wel een kleine correctie bij Noot 1: Emma uit april 1940 moet zijn mijn oudste zus Emmy, geboren 11 april 1940. Dat was dus geen kind van J.H. Oorthuijs sr., maar de oudste dochter van J.H. Oorthuijs jr. (mijn vader) en Lamberta Antonia Dam, dus een kleinkind.

    Met vriendelijke groet,
    Hans Oorthuijs
    (nog steeds actief, als 3e generatie, op de vliegbasis als zweefvlieger – sinds 1971 – en gids – sinds 2008 – bij Utrechts Landschap. En eind 70-er jaren werkzaam bij de verkeersleiding aldaar).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties Beschermd door WP-SpamShield voor WordPress