VILLA STERRENBERG

Een stukje Zeist in Soesterberg

VILLA STERRENBERG

Een stukje Zeist in Soesterberg

Op de locatie van Villa Sterrenberg heeft eerder een andere ‘buitenplaats’ gestaan, met een geschiedenis die zeker teruggaat tot in de zeventiende eeuw. De later gebouwde villa had aan het begin van de twintigste eeuw als adres Zeisterstraatweg 26, Soesterberg en sinds 1925 Rademakerstraat 26. Waarschijnlijk omdat het gebouw net op grondgebied van de Gemeente Zeist stond (schuin tegenover de R.K. kerk) werd het adres later Amersfoortscheweg 69 (noot 1). Nadat Klein Sterrenberg werd gebouwd, met vanaf 1925 als adres Rademakerstraat 26A, werd de oude villa meestal Groot Sterrenberg genoemd. Gedurende de bezettnig werd dit grote landhuis gebruikt en totaal uitgewoond door Duitse militairen. De leegstaande villa werd omstreeks 1950 afgebroken.

DIK TOP

Geboren 21 januari 1940

Soesterberg

Dik Top

Auteur van o.a. de volgende boeken,

 -SOESTERBERG VAN TOEN TOT NU

 -EEN EEUW VLIEGKAMP EN DORP SOESTERBERG

-SOESTERBERG ONS DORP

Diverse eigenaars 

De oudst bekende eigenaar was Everard van Weede (1626-1702) die het perceel met daarop mogelijk een boerderij in 1653 in eigendom verkreeg. In 1703 werd het gekocht door Joachim Wolfsen Berger (1645-1712). Joannes Wittert was de eigenaar van 1730 tot 1737. Tot die tijd stond er aan gebouwen waarschijnlijk niet meer dan de boerderij met wat daar bij hoort. Deze werd over het algemeen verhuurd. Wittert vertrok naar Antwerpen. Vervolgens kocht Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken het landgoed dat was gelegen aan beide zijden van de Amersfoortscheweg. Hij leefde van 1710 tot 1762 en is mogelijk degene die omstreeks 1740 de naam Sterrenberg bedacht. Zijn nageslacht hield het landgoed in bezit tot 1803.

Familie Bosch van Drakestein

Paulus Willem (Wilhelmus) Bosch (1771-1834), een zoon van Theodorus Gerardus Bosch en Cornelia van Bijleveld, trouwde in 1797 met de vier jaar jongere Henrietta (Henriëtte) Hof(f)man(n). Hij werkte in Utrecht als advocaat. Sterrenberg verkreeg hij in 1803 omdat hij geldschieter was geweest voor de laatste erfgenamen. In 1806 werd hij tevens eigenaar van het landgoed Drakensteyn in Lage Vuursche – vandaar de toevoeging Drakestein aan zijn achternaam. Onder een kopie van een schilderij van Paulus Willem uit 1812 staat ‘Maire van Utrecht’ – ofwel burgemeester, een Franse titel wegens de overheersing onder Napoleon. Hij liet omstreeks 1815 het oorspronkelijke gebouw in Soesterberg afbreken en er een nieuwe, grotere villa verrijzen. Koning Willem I verhief hem in 1829 in de adelstand. Sindsdien mocht hij zich jonkheer noemen. Zijn vrouw Henrietta was Luthers. Ondanks dat schonk zij drie jaar na het overlijden van haar man in 1834 grond voor de bouw van de R.K. Kerk aan de overkant van de straat en tevens voor het kerkhof. Tot die tijd was het royale koetshuis gedurende enige jaren als tijdelijk kerkgebouw gebruikt. Dit werd mogelijk gemaakt door een binnenmuur af te breken. Zij overleed kort daarna, in 1839.                                                                                                   Dit echtpaar had acht of negen kinderen, onder wie zes zoons. De oudste Willem (1798-1853 – noot 2), in 1805 kwam Henrik Willem, in 1807 Carel (Charles) Theodoor Jan, ook genoemd Carolus Theodorus Joannes, in 1812 volgde Johannes Gerardus en daarna kwam Gerard Willem (hij trouwde in 1861). Een dochter was Elisabeth Cornelia Petronella.

Deze jonkheer Carel T.J. Bosch van Drakestein (1807-1860) trouwde na het overlijden van zijn eerste vrouw Barbara Valckenier op 13 juli 1844 met de 22-jarige Leopoldine Antoinette Steenberghe (1822-1882). Hij was buitengewoon kamerheer des konings.

Zijn nicht Pauline Wilhelmina Cecilia Bosch van Drakestein (geboren 1840 in Amersfoort, die een dochter was van zijn jongere broer Johannes Gerardus en Caroline Wilhelmina Marianne van Hogendorp) trouwde met Henricus Maximiliaan Steenberghe, kapitein bij de artillerie en broer van Leopoldine. Hij eindigde zijn loopbaan als generaal-majoor. De zwager van Carel (Henricus) trouwde dus met zijn nicht (Pauline, oomzegster). Na het overlijden van Carel bleef Sterrenberg waarschijnlijk eigendom van zijn nakomelingen, tot aan 1889 (zie onder).

Sinds in ieder geval 1865 vonden er voortdurend openbare verkopingen (veilingen) plaats, vaak op Sterrenberg zelf, dikwijls ook in Hotel Huis ten Halve, waarvan toen Lambertus Hoebink de uitbater was. Over het algemeen werden hout en houtproducten aangeboden, waaronder boonenstaken, brandhout, balken, platen en juffers (noot 3).                                       Op 25 september 1883 werd er een groot kinderfeest gehouden op het met vlaggen en wimpels versierde grasveld. Er waren versnaperingen en er werd poppenkast vertoond. Omdat er ook veel ouders aanwezig waren, ontwikkelde het zich tot een waar volksfeest. Mede-organisator van dit evenement was hoofd van de (openbare) school J. Woudenberg.

De familie Steenberghe

Bovengenoemde jonkheer Henricus Maximiliaan Steenberghe werd geboren op 7 november 1835 in Breda. Zijn naam werd ook gespeld als Henri Maximilien. Hij was Heer van Reyerscop-Creuningen. In 1866 trouwde hij met jonkvrouwe Pauline Wilhelmina Cecilia Bosch van Drakestein. Zij was geboren in Amersfoort op 11 augustus 1840. Zij kregen op 13 oktober 1867 in Delft een doodgeboren zoon. Op 5 december 1872 werden ze de ouders van een tweeling. De eerstgeborene was Paul Jean Ghislain en zijn broer kreeg de namen Amédé Frederic Maria (Ghislain was ontleend aan de naam van de moeder van Henricus, Flore Guillemine Françoise Ghislaine Benoit). In 1872 was vader Henricus kapitein der Artillerie en woonde op Rapenburg in Den Haag. Hij en zijn vrouw kochten Sterrenberg in 1889 van de familie Bosch van Drakestein (nazaten van Carel), een terrein van 174 hectaren met voornamelijk bos. (foto 1)

1 Villa Sterrenberg in de gloriedagen.

Aan de overkant van de rijksweg, in zuidelijke richting, werd zoals gebruikelijk bij buitenplaatsen een brede laan aangelegd voor een mooi uitzicht. Bijna vanaf het begin ervan, over een afstand van ruim honderd meter werden aan weerszijden prachtige Douglassparren gepoot. Deze laan liep (weliswaar met een knik) helemaal door tot aan de Kozakkenput en stond in het dorp bekend als de Gezichtslaan. (foto 2) Direct achter de villa werd een flinke vijver aangelegd.

2 De prachtige Gezichtslaan met Douglassparren. De villa in de verte.

Het echtpaar Steenberghe-Bosch van Drakestein woonde in Den Haag en verbleef alleen ‘s zomers in Soesterberg. Dit blijkt onder meer uit advertenties in de Amersfoortsche Courant in juli en augustus 1895: <Gevraagd een bekwame R.K. KEUKENMEID, mevr. Steenberghe geb. Bosch van Drakestein, genegen huiswerk te verrichten en des winters in Den Haag te zijn.> Henricus Steenberghe overleed op 23 maart 1900. Hij was gepensioneerd generaal-majoor bij de Artillerie. In 1901 werd zijn echtgenote Pauline, eigenaresse van Sterrenberg, aangeduid als <mevrouw de douairière Steenberghe geboren Bosch van Drakestein.> In het adresboek van Zeist van 1905 staat ze onder Amersfoortscheweg 29 vermeld als <mevr. de weduwe Steenberghe> (met inkt toegevoegd: alleen zomers). Op 30 augustus 1907 werd door haar opnieuw een hulp in de huishouding gevraagd met een advertentie in het R.K. Dagblad Het Huisgezin. Ze bewoonde gewoonlijk haar buiten Sterrenberg van juni tot oktober. Ergens wordt vermeld dat haar zoon mr. Amédé Steenberghe haar meestal gezelschap hield. Ze overleed op 10 oktober 1918 in Scheveningen. (zie verder Van der Krol)

De oudste van de tweeling: Paul Jean Ghislain Steenberghe

Deze op 5 december 1872 geboren tweelingzoon van Henricus en Pauline trouwde in 1897 met Petronille Aimée Florentine Engeringh (1875-1952). Zij woonden eerst in Leiden, waar hun zoon Maximiliaan Paul Léon op 2 mei 1899 werd geboren. Deze naam werd ook vaak geschreven als Maximilien. De jonge vader Paul koos net als zijn vader voor een militaire loopbaan. Hij was eerst luitenant bij de Infanterie, daarna bij de Grenadiers. De tweede zoon Henri Paul Maurice kwam op 4 september 1902 ter wereld. (Er schijnt nog een derde zoon te zijn geweest, die aan tuberculose leed en Amédé heette)                                                             Samen met twee anderen werd P.J.G. Steenberghe in februari 1905 door de Franse regering benoemd tot <Officier d’Academie.> Hij was toen luitenant op non-activiteit. Naast zijn militaire loopbaan bekleedde hij ook andere functies. Hij was onder meer inspecteur van de Staatsspoorwegen

3 Voor de oprijlaan naar het imponerende bos lag een stukje dubbelspoor rails van de tram.

Het bos achter en naast Sterrenberg bestond uit volwassen bomen. Waarschijnlijk vooral beuken, eiken en dennen. (foto 3) Op dit terrein groeiden veel bosbessen. Deze mochten door de lokale bevolking alleen worden geplukt na persoonlijke schriftelijke toestemming van de familie Steenberghe. Rijksveldwachter Jacob Nijeboer die vlakbij op de Schoolweg woonde, hield een oogje in het zeil. Plukkers die geen briefje konden tonen, moesten hun oogst afstaan en liepen de kans te worden bekeurd. Aan de oostkant van de grote villa, dichtbij de Schoolweg, werd in 1920 een kleinere villa met rieten dak gebouwd, die de naam Klein Sterrenberg kreeg. Deze zou primair bedoeld zijn geweest voor de zoon die aan tuberculose leed. (foto 4) Het adres van deze woning was eerst Zeisterstraatweg 26A, maar werd in 1925 Rademakerstraat 26A. Deze familie Steenberghe woonde beurtelings in Utrecht en in Soesterberg. Ze verhuisden als gezin onder meer in april 1925 van Rademakerstraat 26A naar Utrecht.                                                 

4 Klein Sterrenberg met het fraaie rieten dak.

In april 1929 werd P.J.G. Steenberghe genoemd i.v.m. de verkiezingen bij District VII Soesterberg van de R.K. Staatspartij, samen met de hier woonachtigen G.J. Grootewal en E. Legemaat. Kort daarna werd hij ernstig ziek. Hij overleed op 31 december dat jaar in Klein Sterrenberg. Op het kerkhof van de R.K. kerk in Soesterberg werd hij begraven op 4 januari 1930 (noot 4).  

Aan de noordwestelijke kant grensde het bos van Sterrenberg aan het vliegterrein. Op 28 juli 1926 stortte in dit bos achter de villa een Fokker S.4 lesvliegtuig neer met sergeant Dumerniet. De vlieger kwam daarbij om.

De jongste van de tweeling: Amédé Frédéric Marie Steenberghe       

Zijn tweede naam komt ook voor als Frederique. Hij trouwde met jonkvrouwe Maria Louise Sopfie Hubertina baronesse Wittert van Hoogland. Deze ‘meester’ Steenberghe was in 1918 officier van justitie in Rotterdam. Hij was ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw. Op 13 februari 1947 overleed hij in ’s-Hertogenbosch.                                                                                                                                             

Petronille Aimée Florentine Engeringh

De echtgenote van Paul J.G. Steenberghe timmerde nauwelijks minder aan de weg dan hij zelf. Ze was al in oktober 1910 benoemd tot lid van de voogdijraad te Utrecht (noot 5). Wonende in Utrecht was ze betrokken bij de oprichting van de R.K. Vrouwenbond in 1913. Ze werd dadelijk presidente van het hoofdbestuur.                                                                                                      Tevens was ze politiek actief en onder meer betrokken bij de verkiezing van de leden voor de Eerste Kamer in juli 1923. Ze woonde toen weer in Utrecht. In februari 1925 stond in De Eemlander onder SOESTERBERG: <De R.K. Kiesvereeniging stelde candidaat voor de 2e kamer nr.5 mevrouw Steenberghe-Engeringh te Utrecht> Bij de Julianabloem Collecte in Soest(erberg) in 1926 en 1927 trad ze eveneens op de voorgrond.                                                        Ook na het overlijden van haar man op de laatste dag van 1929 bleef ze actief in het openbare leven. Ze was lid van de Derde Orde van de H. Dominicus. In 1931 was ze lid van het Nationaal Crisiscomité. Tegelijk was ze voorzitster van de Federatie van R.K. Vrouwenverenigingen in Nederland en voorzitster van de Internationale Unie van R.K. Vrouwenbonden, ofwel Union Internationale des Ligues Féminines Catholique. In 1932 werd ze benoemd tot lid van de Algemeene Armencommissie. Ze was kandidaat voor de Eerste Kamer (R.K. Staatspartij) in juli 1932. Tevens was ze officier in de Orde van Oranje-Nassau.

5 Links onder op deze foto van het vliegkamp een deel van het bos van Sterrenberg met lanen in ruit- of stervorm. (foto NIMH)

In 1935 werd een rechthoekig deel in de noordoost hoek van het bos gerooid ten behoeve van de Luchtvaart Afdeling. In het gedeelte ten westen daarvan liepen tot die tijd in vier richtingen lanen in een ruitvorm. (foto 5 en 6)

6 Hetzelfde bos gezien in zuidelijke richting. Een stuk van het noordelijk deel van het bos (hier het linker gedeelte) was kort daarvoor gerooid t.b.v. de vliegerij. (foto NIMH)

Mevr. Steenberghe-Engeringh (<particulier te Soesterberg>) zette zich van 1936 tot 1940 ook in voor de Zonnestraal Collectes. Ze woonde in ieder geval tot 1937 in Klein Sterrenberg.  Voorzitster van de R.K. Vrouwenbond bleef ze tot in de oorlog. Ze hield onder meer veel lezingen in diverse plaatsen in het land, soms ook bijna thuis, in Huis ten Halve. In 1941 verhuisde ze naar de Oude Gracht in Utrecht. Daar overleed ze op 25 september 1952.

Maximiliaan (Max) Paul Leon (1899-1972)

7 Mr. M.P.L. Steenberghe 40 jaar oud. Hij was meerdere keren minister.

Deze oudste zoon van het Soesterbergse echtpaar Steenberghe-Engeringh die op 2 mei 1899 in Leiden werd geboren, volgde de lagere school en het gymnasium in Utrecht. Daarna studeerde hij rechten aan de Rijks Universiteit in zijn geboorteplaats. Hij was reeds klaar met zijn studie toen hij 21 jaar was. Op 25 november 1921 trouwde hij met Catharina Theodora Maria Ausems (1900-1979). Zij kregen twee zoons en vier dochters. Het echtpaar ging wonen in Goirle, waar hij sterk verbonden was met de textielfabriek van Van Puijenbroek. Daar liet hij de villa Nieuw Sterrenberg bouwen. Toen hij 25 jaar was, werd hij voorzitter van de Nijverheidsraad. Zijn beroep stond toen genoteerd als industrieel. Hij bekleedde een enorm aantal functies. Reeds enige tijd voorzitter van de R.K. Werkgeversvereeniging, werd hij in 1934 als lid van de R.K. Staatspartij minister van economische zaken/financiën in het kabinet Colijn. Als gevolg van onenigheid met Colijn trad hij een jaar later af. Op 6 maart 1936 werd hij benoemd tot commissaris van de N.V. Koolhoven Vliegtuigen in Rotterdam. Hij was tevens voorzitter van de raad van commissarissen van andere bedrijven. Van 1937 tot 1939 diende hij weer op dezelfde ministerpost en wederom onder Colijn. (foto 7) Daarna ook nog als minister in Londen tot 1941. Ook na de oorlog was hij zowel in de politiek als daarbuiten uitermate actief. In Goirle overleed hij op 22 januari 1972. Hij was ridder van de Nederlandsche Leeuw en officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Henri Paul Maurice (1902- 1986 – zie noot 1)

Deze tweede zoon uit het huwelijk Steenberghe-Engeringh (geboren 4 september 1902) begon zijn carrière als advocaat. Hij trouwde met Adriana Antonia Maria Berkvens. Ze woonden in Utrecht, waar hij in juni 1936 werd benoemd tot plaatsvervanger van de kantonrechter. Maar als zijn adres werd ook nog omstreeks 1934 Rademakerstraat 26A opgegeven. Dit echtpaar kreeg twee zoons en twee dochters. Hij overleed op 5 september 1986, 84 jaar oud. Hij werd begraven in het familiegraf in Soesterberg. In zijn overlijdensadvertentie werd vermeld dat hij commandeur was in de Orde van St. Silvester, ridder in de Orde van St. Gregorius de Grote en advocaat en procureur te Utrecht van 1925 tot 1979. 

Van der Krol, de laatste eigenaar van Sterrenberg

Nadat Pauline Wilhelmina Cecilia Bosch van Drakestein op 10 oktober 1918 was overleden, werd in 1920 villa Sterrenberg met de omliggende terreinen verkocht aan houthandelaar W. van der Krol in De Bilt. De eerste jaren verhuurde hij de villa aan mr. C.J.J. Heijnsius van den Berg en H. de Boer.

Andries Mijnhardt die in Zeist een farmaceutische fabriek had, waarvoor hij al in 1914 onder meer met Purol als pijnstiller adverteerde, was sinds 1930 de huurder. Vanaf dit jaar tot aan 1933 werden met Groot Sterrenberg als adres verlovingen en huwelijken van drie van zijn zoons aangekondigd – van respectievelijk Theo Mijnhardt (student pharmacie), F.W. Mijnhardt en A. Mijnhardt jr. De villa had toen postadres Amersfoortscheweg 69.                         Tijdens de mobilisatie in 1939 moest Mijnhardt het veld ruimen omdat Nederlandse militairen in Groot Sterrenberg en op het terrein in tenten werden gelegerd. Dit werd voor de villa het begin van de afgang. Zoals gebruikelijk was op het erf van Sterrenberg ook een grote waterput. (foto 8)

8 De waterput was bij de oprijlaan naar Klein Sterrenberg, niet ver van de rijksweg. De resten er van werden verwijderd in 1972. (foto L. Kuijper)

De oorlogsjaren

Na de Duitse inval trokken de troepen hals over kop westwaarts met achterlating van diverse militaire goederen. In juni 1940 werden door de gemeentepolitie twee mannen aangehouden die bezig waren de wielen met banden van een achtergelaten legerauto te verwijderen.                 Gedurende de bezetting werden er Duitse militairen gelegerd. In de villa Groot Sterrenberg huisden aanvankelijk officieren. Het terrein werd afgezet met prikkeldraad en er werden schilderhuisjes geplaatst voor de wacht. Aan de achterkant werd in een gat in het dak een lichte mitrailleur geplaatst. Veel aannemers die graag voor de Duitsers werkten, vestigden zich gedurende de bezetting in Soesterberg. Omdat ze er woning noch werkplaats hadden, maar toch snel van start wilden gaan, zetten de meesten ergens als kantoor een directiekeet op. Aannemer M.F. Bos koos er voor zijn ‘keet’ te plaatsen op het terrein van Sterrenberg. In juni 1941 adverteerde hij met 100.000 takkenbossen à f 2,50, per honderd af te halen bij zijn keet. In dezelfde maand kreeg hij daar een telefoonaansluiting, met nummer 227. (Huis ter Heide)   In het bos achter de villa werd een aantal Duitse barakken (onderkomens) gebouwd. Op enige tietallen meters afstand van de Schoolweg werden twee geschutstorens van de Flug- of Fliegerabwehr Kanonen (FLAK) opgezet, een hoge en een lage – misschien wel allemaal het werk van M.F. Bos. Ten behoeve van de kanonnen werd er iets verder in het bos een munitiehuisje gebouwd. Dit was via een met hei bedekte zig-zag loopgraaf verbonden met de hoogste toren. Reeds in december 1941 werd het achterste deel van het bos, dat aan het vliegveld grensde, over de volle breedte gekapt. Hiervoor werden gevangenen uit het Durchgangslager ingezet. Alle andere prachtige bomen verdwenen successievelijk ook allemaal. Een groot aantal ervan zal zeker zijn opgestookt, hetzij door de bezetters dan wel door de lokale bevolking. Klein Sterrenberg werd in 1942 ook door de Duitsers gevorderd. De staf van de FLAK nam hier zijn intrek. Op het dak werd een mitrailleurpost geplaatst.

Na de oorlog

9 Deze loodrechte luchtfoto is van direct na de oorlog. Links onder de Johannes Stichting. (heden Abrona) Midden boven villa Groot Sterrenberg met er tegenover de Gezichtslaan die met een knik overging in een laan die tot aan de Kozakkenput doorliep. (Bert, kun je deze punten allebei aangeven met een wit peiltje? – de Kozakkenput is het donkere vlekje bijna onderaan)

Na 1945 groeiden in het voormalige bos alleen lagere bomen en struiken. (foto 9) Daar was in de jaren ’50 zelfs een veldje waarop rapen werden verbouwd.                                                            

Afbraak

Na de bevrijding stond de sterk vervallen villa Sterrenberg leeg. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Vrijwillige Brandweer in 1948 werden er voor het Soesterbergse publiek blusdemonstraties gehouden. De villa werd in brand gestoken en daarna geblust. (foto 10)

10 De demonstratie van de brandweer in 1953 kort voor de afbraak van Groot Sterrenberg.

Na de goede afloop werd op het water van de vijver benzine gegoten en aangestoken. Het blussen daarvan werd in een oogwenk volbracht. Omstreeks 1950 werd het gebouw afgebroken. Firmanten en familieleden van Van der Krol stonden tot begin jaren ’60 genoteerd als eigenaars. Enige resten van de toren van de FLAK stonden er nog lang na de oorlog. (foto 11)                                                                                                                                                                    

11 Klein Sterrenberg in 1953. Schuin voor de villa links de boerderij. Rechts boven resten van de geschutstoren van de FLAK uit de oorlogstijd. Rechtsonder de Schoolweg met onderaan het huis van melk- en kolenboer Hermans Vos. Groot Sterrenberg stond een stuk verder naar links buiten de foto.

De ‘Gezichtslaan’ met de prachtige grote sparren overleefde de villa lange tijd. (foto 12) De naam werd waarschijnlijk nooit officieel geregistreerd. Halverwege werd direct na de oorlog begonnen met het winnen van zand en zo ontstond langzamerhand de grootste kuil in Soesterberg. Dit werd het begin van het einde van deze laan door het bos. Heden is hiervan niets meer terug te vinden, behalve het laatste stukje bij wat vroeger de Kozakkenput was.

12 Het eerste gedeelte van de gezichtslaan was tot begin jaren ’60 een prachtig stukje natuur.

De bijgebouwen

Bij de villa was ook een boerderij. Daar woonde tot 1881 Peter Voskuijlen. In 1882 kwam de in 1844 geboren groenteboer/landbouwer/boswachter/tuinman Elbert van Doorn (foto 13). Zijn weduwe stond er nog genoteerd in 1924 (noot 6). In de jaren ’20 woonde hier IJ.A. Boonekamp die onder meer conciërge was van het Katholiek Militair Tehuis aan de overkant – vlak bij de R.K. kerk. Van ca. 1937 tot 1953 was hier Gerrit (Gart) Brouwer werkzaam. Zijn adres was in 1940 Rademakerstraat 28 en als gevolg van de hernummering in 1953 Rademakerstraat 56. Daarna woonde er nog tot 1957 een Aart D. van Zanten.

13 De boerderij bij Sterrenberg.

In het voormalige koetshuis (Amersfoortscheweg 69A) woonden na de oorlog meerdere personen na elkaar. Veeboer Klaas Heida hield het hier het langst vol. Hij trok er in oktober 1945 in en bleef er tot 1954. Hier heeft ook nog een HendrikOostru gewoond (1956). Rond 1957 werd ook dit sterk vervallen, maar toch wel historisch interessante bouwwerk gesloopt. (foto 14)

14 Het koetshuis werd rond 1837 enige tijd gebruikt als noodkerk. In de jaren na de oorlog was boer Klaas Heida hier actief. Kort voor de afbraak. (foto L. Kuijper)

De laatste jaren van Klein Sterrenberg 

Deze villa overleefde de oorlogstijd zonder schade. Het adres hiervan werd na de oorlog Rademakerstraat 54. Van begin 1946 was er een kinderinternaat gevestigd. Dit werd gerund door Cornelis H. Le Noble. Begin 1949 vertrok hij naar Zweden, samen met Johanna A.E. de Vos – waarschijnlijk zijn partner of vrouw. Sindsdien woonde hier A.A. Romph die directeur was van de lingeriefabriek RIWO op Schoolweg 38A. Deze villa werd in 1951 het domicilie van de eerste naoorlogse commandant van de vliegbasis, kolonel A.P.M. van Rooy. Zijn opvolgers A.L. Cox (1954-1956), J.C.J. Vermeulen (1956-1959), G. van der Wolf (1959-1962), F.E. Broers (1962-1964), W. de Wolff (1964-1966), A.J. Marius (1966-1969) en J.A. Broekema (1969-1970) woonden hier ook. Na de aanleg van de N237 in 1971 lag dit huis vlak tegen de openbare weg.   Vermeulen woonde later op Amersfoortsestraat 43.

Sterrenberg/Abrona

De naam Sterrenberg werd in 1973 gegeven aan de Johannes Stichting, de inrichting voor geestelijk gehandicapten op Amersfoortscheweg 56 in de Gemeente Zeist. Als gevolg van een reorganisatie verdween deze naam helaas weer. In 1998 kreeg het hele complex de nieuwe naam Abrona.

Sterrenbergweg

In 1955 werd de Schoolweg die aan de oostkant het perceel van Sterrenberg afsloot, omgedoopt en kreeg de toepasselijke naam Sterrenbergweg. Zo leeft deze naam toch nog voort in Soesterberg van een villa die officieel nooit in ons dorp heeft gestaan.

Het grafmonument op het R.K. kerkhof in Soesterberg

Het imponerende grafmonument op het R.K. Kerkhof werd in 1894 gebouwd van natuursteen. Van de leden van de familie Bosch van Drakestein die hier zijn begraven was Paulus Jan (1825-1894) de eerste. Om deze reden staat zijn beeltenis op het voorpaneel. (foto 15) Hij was onder meer advocaat in Amsterdam en kamerheer van koning Willem III. Hier werden onder anderen ook begraven: 

15 Het dominerende grafmonument van de familie Bosch van Drakestein op het R.K. Kerkhof in Soesterberg.

– 15 oktober 1908: Jonkheer Mr. C.P.J. Bosch van Drakestein, in leven substituut-griffier bij het Gerechtshof in Den Haag (61 jaar oud).                                                                                               – 23 augustus 1929: Vrouwe douairière Jonkheer H.P.C. Bosch van Drakestein, geboren M.M.E.G. van de Vin (82 jaar oud).                                                                                                             – 4 januari 1930: P.J.G. Steenberghe (57 jaar – boven genoemd)                                                           – 13 november 1931: Jonkvrouw Elisabeth Frederica Maria Bosch van Drakestein (78 jaar oud).                               

– 28 oktober 1965: Jonkheer Herbert Paulus Josephus Bosch van Drakestein, in leven H.M. gezant en gevolmachtigd minister b.d. (62 jaar oud).                                                                 

— september 1986: Mr. H.P.M. Steenberghe.

Noot 1. Vreemd: Terwijl de villa Sterrenberg stond op grondgebied van de Gemeente Zeist, werd vanaf 1927 tot 1937 de familie Steenberghe vermeld in de adresboeken van Soest op Rademakerstraat 26A (zie ook noot 4). Waarschijnlijk lag toch een gedeelte van het perceel op Soester grondgebied. In 1927 stond P.J.G. Steenberghe daar nog genoteerd <zonder beroep>. Op zijn adres was toen ook zijn zoon advocaat H.P.M. Steenberghe (Henri Paul Maurice) woonachtig.

Noot 2.Een achterkleindochter van deze Willem Bosch van Drakestein was Jeanne Monica Ghislaine Bosch van Drakestein (1907-1989). Zij was getrouwd met de bekende vlieger René Wittert van Hoogland. Beiden werden in Soesterberg begraven op het R.K. kerkhof. (zie artikel over de gebr. Wittert van Hoogland)

Noot 3. Deze verkopingen vonden plaats tot omstreeks 1930. Het ging meestal om ‘perceelen’ dunsel, en/of eiken, elzen, berken en hoeveelheden boonenstaken, houten palen en brandhout en soms een melkgeit. In december 1915 werd i.v.m. een verkoping van grond in Amersfoort en Zeist vermeld: mevr. H.M. Steenberghe.

Noot 4. In de kranten was te lezen: <Begraven Paul Jean Ghislain Steenberghe (oud 57 jaar), gehuwd met P.A.F. Engeringh, Rademakerstraat 26A, oud-officier der grenadiers, lid van de Orde van den H. Dominicus, Kruis Pro Ecclesia, Kruis van Verdienste van het Nederlandsche Roode Kruis, Ridderkruis van het Oostenrijksche Roode Kruis, Ridder in de Orde van Leopold II van België, Palmes d’Academie de France.> Hij had ook een hoge functie bij de Nederlandsche Spoorwegen. Ook de familie Steenberghe heeft een familiegraf op het R.K. kerkhof in Soesterberg.

Noot 5. Petronille Aimée Florentine werd vooral in latere jaren in de pers dikwijls aangeduid met alleen de voorletter F. Ze werd kennelijk bij haar derde voornaam Florentine genoemd. In dit geval werd haar eerste voorletter P. gebruikt. 

Noot 6. De zoon van Elbert van Doorn was A.M.A. van Doorn. Hij had vanaf ongeveer 1922 op Zeisterstraatweg 15A (later Rademakersttaat 15A) een groentezaak waar hij ook zaden, rietmatten enz. verkocht. Zijn winkel werd begin mei 1939 opgeheven en voortgezet door Hein van de Pol en weer later door Piet Nolten. Het huisnummer was toen 35. Van Doorn ging wel door met het uitventen van groenten en fruit met paard en wagen.

Bronnen:

Soester Herengoederen en Buitenplaatsen, Soest in de 17e en 18e eeuw                                               Historische kranten                                                                                                                                 Adresboeken Zeist en Soest                                                                                                                 Genealogische gegevens via Eddy Habben-Jansen

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties Beschermd door WP-SpamShield voor WordPress