vroeger een populaire toeristische attractie
sinds 1940 grotendeels verboden terrein met vernielde natuur
Het is niet duidelijk waar het gebied van De Stompert eindigt en waar de Vlasakkers beginnen. Eerstgenoemde naam hoort bij het hoogste, westelijke gedeelte dat in de Gemeente Soest ligt. Het oostelijke, lagere deel valt grotendeels onder Amersfoort en daar werd kennelijk in vroegere eeuwen ooit vlas verbouwd – vandaar de naam Vlasakkers of Vlasakkerheide. Op oudere kaarten van rond 1850, voordat de spoorlijn Utrecht-Amersfoort werd aangelegd, staat tussen deze twee gebieden de naam Koebosch. Iets meer naar het noordoosten ligt het Monnikenbosch. Dit werd van de rest gescheiden toen de spoorlijn kwam.
De Kei van Amersfoort
De Amersfoortse Kei is in heel Nederland bekend. Het Amersfoortsch Dagblad had op 26 mei 1928 een artikeltje over het 25-jarig jubileum van ‘De Kei’ met een tekening. In dit bericht stond dat deze afkomstig was van De Stompert. De grote zwerfsteen werd op 7 juni 1661 als gevolg van een uitdaging van jonkheer Everard Meyster door 400 man van de Waelberg bij De Stompert op een slee naar Amersfoort getrokken. Door niet-Amersfoorters werd nogal de spot gedreven met deze vondst, met als gevolg dat men in 1674 besloot de kei te begraven op de Varkensmarkt. In 1903 werd hij toch weer opgegraven en vervolgens op feestelijke wijze naar Plantsoen-West aan het begin van de Utrechtschestraat vervoerd. Vandaar het zilveren jubileum in 1928. Omdat deze natuursteen op De Bergh werd gevonden (de naam Soesterberg bestond nog niet) had de naam van deze kei strikt genomen Soesterbergse Kei moeten zijn. Maar ja, uiteindelijk kwam hij waarschijnlijk met de morene mee uit Noorwegen ….. (noot 1)
Veilig drinkwater Afgezien van de aanleg van de spoorlijn vond de eerste grote ingreep van de moderne mens op het terrein rond De Stompert misschien pas plaats in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. De Luikse firma Compagnie Générale des Conduits d’Eau bouwde toen op een lage locatie even ten zuiden van de spoorlijn Amersfoort-Utrecht een pompstation dat werd aangedreven door een grote stoommachine. Van hieruit werd het water verder omhoog gepompt naar een groot overdekt waterreservoir op het hoogste punt van de ‘berg’ – ongeveer 57 boven N.A.P. Dit punt ligt even ten zuidwesten van het eerder genoemde Koebosch. Daar vandaan werden pijpen in diverse richtingen aangelegd. De levering van het water van hoge kwaliteit kwam in 1883 op gang en voorzag onder meer de stad Utrecht van schoon drinkwater. Rond de eeuwwisseling had het totale buizennet van het Belgische bedrijf in de provincie Utrecht een lengte van 121 km. Het gebeurde vaak dat het pompstation van de waterleiding bleef doorpompen terwijl het reservoir vol was. Dan stroomde het overtollige water in grote hoeveelheden door een dikke buis aan de noordzijde naar buiten. Daardoor ontstonden op den duur greppels die bij de top wel 4 m diep waren en zo’n 15 m breed. In deze greppels kwamen heel veel rondgeslepen stenen van de morene bloot te liggen. (zie mijn artikel <Utrechtsche Waterleiding Maatschappij>)
Militair oefenterrein
Het gebied Stompert/Vlasakkers is vermoedelijk door de eeuwen heen in trek geweest voor legeroefeningen. Mede als gevolg daarvan werd omstreeks 1890 even buiten Amersfoort, op de Vlasakkerheide een groot militair barakkenkamp ingericht. De activiteiten die militairen ook sindsdien in dit gebied ontplooiden zijn te veel om op te noemen.
Enkele voorbeelden:Grote manoeuvres werden gehouden begin september 1895. De slot-operatie was op 9 september, een oorlogje tussen de 1ste divisie, geleid door generaal Rompelman die zijn troepen in de buurt van Utrecht had verzameld, en de 2de divisie rond Hoevelaken. Er waren onder anderen grenadiers, jagers, infanterie, vier batterijen veldartillerie en drie escadrons cavaliers bij deze ‘slag’ betrokken. De confrontatie vond plaats op het terrein van de Vlasakkers en bij De Stompert (waterreservoir). Er vielen enkele echte gewonden, onder meer doordat een kanon op het terrein met veel kuilen kantelde. Teleurstelling was er bij het toegestroomde publiek, omdat het aangezegde bezoek van de koninginnen Emma en Wilhelmina niet doorging.
De lucht in – ja en nee
Op woensdag 19 mei 1909 steeg in Utrecht de ballon ‘Rotterdam’ op. Balloncommandant was kapitein Van der Steur, die werd vergezeld door zijn vrouw en de heer Boelen uit Amsterdam. Aan boord hadden ze 10 zakken met 15 kg zand. De zon ging spoedig schuil achter de wolken, zodat het gas ging afkoelen en de ballon begon te dalen. Bij De Bilt moest daarom het grootste deel van de ballast worden uitgeworpen. Daarna werd gestegen tot 1500 m. De zon kwam even terug en verdween opnieuw, zodat al om half één op de Vlasakkers in de buurt van Amersfoort moest worden geland. Er was nog slechts anderhalve zak met ballast over.
Vliegpogingen werden op de hellingen van De Stompert ondernomen in 1908 door luitenant Willem Fredrik Schukking, en in 1911 door Walton van Hemert. Van 1910 tot aan 1912 door Cornelius Gordijn en Schelto Scholtens op een terrein meer naar het oosten, op de Vlasakkers. Zij hadden geen van allen succes. (zie mijn artikel <Pioniers die faalden>)
Grafheuvels
Begin jaren twintig verschenen er diverse artikelen in de kranten over grafheuvels en urnen die in dit gebied waren gevonden. In 1870 had prof. Pleijte al graafwerk verricht en vondsten gedaan. De Eembode schreef op 17 oktober 1922 over grafheuvels die op dat moment werden onderzocht achter de Protestantenbond. Daar lagen drie van deze tumuli (enkelvoud tumulus) op een onderlinge afstand van 25 meter. Ze waren ongeveer 1 meter hoog. Deze krant berichtte op 15 juli 1924: <Het Museum Flehite is onlangs weer in het bezit gekomen van twee historische urnen, waarschijnlijk van Germaanschen oorsprong. De urnen zijn het vorige jaar opgegraven uit een der grafheuvels op de heide naast den straatweg Amersfoort-Utrecht even voor de Stompert.> De urnen waren van grof aardewerk en gevuld met beenderen en houtskool. Men schatte dat de grafheuvels niet ouder waren dan ongeveer 2000 jaar. Verkeerd opgevat door de journalist? Ze moeten stammen uit de periode 2000 jaar v.Chr. – de late Steentijd (Neolithicum) of de vroege Bronstijd. Aan de noordkant van De Stompert, schuin links tegenover de inrit naar het landgoed De Paltz liggen nog enige van deze grafheuvels (noot 2).
Geschikte locatie voor grote parades Op zondag 2 augustus 1896 werd door het garnizoen ter ere van de verjaardag van Hare Majesteit de Koningin-Weduwe-Regentes in het bijzijn van tal van toeschouwers een parade gehouden op het terrein van de Vlasakkers.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog, op 17 november 1917 werd op de Vlasakkkers een Duitse kabelballon geïnterneerd. Deze was vermoedelijk losgeraakt en aan een reis op eigen houtje begonnen.
Het zilveren regeringsjubileum van koningin Wilhelmina werd op 17 september 1923 eveneens gevierd met een grootse parade op De Stompert/Vlasakkers. Hierbij waren veel hoge buitenlandse gasten aanwezig, zelfs uit Nederlands-Indië de prinsen van Solo en Djocjakarta en de sultan van Boeloengan.
Noodlandingsterrein Aan de voet van De Stompert, op een terrein grenzend aan de Banningstraat en even voorbij het Chr. Militair tehuis, werd in de jaren twintig een groot stuk heide bestemd als noodlandingsterrein voor de vliegtuigen van de Luchtvaart Afdeling. (L.V.A.) Dit gebied werd niet afgezet met een hek of omheining. Er heeft hier waarschijnlijk nooit een vliegtuig een noodlanding gemaakt, maar in de buurt van De Stompert kwamen wel enkele vliegtuigen neer als gevolg van technische mankementen of door een fout van de vlieger. Eerst op 14 april 1925 de Fokker C.I nummer 511, die door een vliegfout afgleed. Daarbij kwamen sergeant Verschuur en sergeant Weijnen om. Sergeant A.J.L. van Poeteren die pas in juni 1931 op Soesterberg was ingeschreven, raakte met zijn Fokker S.4 nummer 105 op 4 augustus dat jaar niet ver van Station Soestduinen enige bomen en stortte neer. Het toestel brandde geheel uit en men trof zijn lichaam verkoold aan. Later die middag werd er op Soesterberg extra veel en ‘uitbundig’ gevlogen. Volgens de Soester Courant waarschijnlijk om wegens het ongeval het vertrouwen in de veiligheid van het vliegen te demonstreren. Ter nagedachtenis aan dit tragische ongeval werd op deze plek een wit kruis geplaatst.
Op 29 februari 1932 raakte sergeant Hateboer gewond doordat tijdens een weervlucht (deze werden uitgevoerd voor het KNMI) de krukas van zijn Fokker D.7 nummer 256 brak en hij bij De Stompert een noodlanding moest uitvoeren. De Soester Courant van 4 maart gaf dit onjuist weer en noemde de vlieger sergeant Van den Berg.
Dramatiek op het terrein bij De Stompert ontstond op 17 juli 1936 door een hevig onweer. Militairen die er die middag bezig waren een telegraafkabel op te rollen, werden tegen de grond geslagen doordat de bliksem in de kabel sloeg. Ze hadden enorm geluk, want ze liepen alleen enige brandwonden op. Vlieginstructeur Piet van der Griend die op dat moment op de Banningstraat in zijn auto op weg was naar het vliegkamp werd ook getroffen. Hij verloor even het bewustzijn en botste tegen de auto van dokter Van Beek. Dit ongeval leverde Van der Griend een gebroken neus en zwart geschroeide handen en gelaat op.
Zweefvliegterreinen De in 1934 opgerichte Soesterbergsche Zweefvliegclub volgde het voorbeeld van de pioniers uit 1910-1912, maar zonder gebruik te maken van een motor voor de voortstuwing. Vanaf 15 juli dat jaar begonnen ze vluchten uit te voeren vanaf het noodlandingsterrein. Reeds op 8 augustus vond een dodelijk ongeluk plaats. Waarschijnlijk als gevolg hiervan was deze club slechts korte tijd actief.
Op 31 mei 1935 werd bekend gemaakt dat de pas opgerichte Aero Vereeniging Amersfoort (A.V.A.) plannen had om op de Vlasakkers met zweefvliegtuigen de lucht in te gaan. In 1936 werd er een hangar gebouwd. Er zou worden gevlogen met twee ‘kisten’. Misschien wel tijdens de allereerste vlucht, op 29 juni 1937, stortte een ervan van ongeveer 25 m hoogte neer. De vlieger kwam er goed vanaf. Over verdere activiteiten van deze club is niets meer te lezen. Wel werd in november 1937 de ‘besloten’ A.E.C. met 15 leden opgericht die natuurgetrouwe schaalmodellen zouden gaan bouwen. Een lokaal met plaats voor 250 personen stond ter beschikking. (zie mijn artikel<Zweefvliegclubs>) De jaarlijkse Jeugdluchtvaartdagen van de KNVvL werden dankzij Marinus Couturier van Theehuis Soesterdal in de zomer van 1936 en 1938 in Soesterberg gehouden. Tijdens deze populaire bijeenkomsten lieten jongens (en ook enige meisjes!) uit heel Nederland op ditzelfde terrein aan de voet van De Stompert hun zelfgebouwde zweefmodellen op om te dingen naar de uitgeloofde prijzen.
Aantrekkelijk en aanbevolen voor toeristen
In de jaren vóór W.O. II kon men het terrein van De Stompert en de Vlasakkers van allerlei kanten betreden. Vanaf de Amersfoortschestraat voerde naast de kinderkolonie ‘De Stompert’ een breed zanderig pad omhoog naar dit natuurgebied. Via deze route bereikte men al gauw de ‘Leemkuil’ die vanwege het mooie zand vooral geliefd was als speelplaats voor kinderen. Verder oostwaarts, direct achter de Protestantenbond kon men rechtstreeks naar het terrein van de Vlasakkers lopen. Daar waren ook veel plekken met duinzand tussen laag geboomte en struikgewas. Veel gasten van deze instelling genoten daar van de natuur. Ook verder richting Amersfoort, tegenover Kampoord, waren enige wandelpaden naar en over de Vlasakkers.
Begin 1929 waren er plannen om een pad aan te leggen vanaf Soest langs de ‘Zevenspar’, door de Soester duinen naar het pad langs het Centraalspoor in het verlengde van het pad over De Stompert naar het kampeerterrein ‘Kampoord’ op Amersfoortschestraat 124, naast ‘t Olde Jaghthuus. Volledige medewerking van de Gemeente Soest was daarbij toegezegd. Deze plannen gingen waarschijnlijk niet door.
Uitkijkpunt als paviljoen Waarschijnlijk in deze tijd werd op een van de hoogste punten, even ten oosten van de weg naar Soest (Banningstraat) een achthoekig paviljoentje gebouwd dat met een cirkelvormig dak werd afgedekt. Hier vandaan kon men, gezeten op banken, bij helder weer veel van het oostelijk deel van de provincie Utrecht overzien met de Domtoren, De Pyramide van Austerlitz, de Lange Jan in Amersfoort en soms zelfs zeilboten op het IJsselmeer. Notulen Gemeente Soest 1940. <De houtvester van Staatsboschbeheer deelt mede dat de bouw van de uitzichttoren op de Stompert vrijwel gereed is en geeft in overweging aan den aannemer f 120,- uit te betalen.>
Aan de westzijde van het pompstation van de waterleiding was sinds 1930 een woonwagenpark dat eerder op de Birkt (Hofslotterweg) was gevestigd. Toen twee jaar later de aanleg van het Soester Natuurbad op dit terrein ter sprake kwam, gingen in de gemeenteraad stemmen op om dit ‘park’ opnieuw aan te leggen op het hoogste punt van ‘de bult’. (het Soester Hoogt) Daar werd een sterk protest tegen ingediend door de VVV Soesterbergsch Bloei. De woonwagens keerden terug naar een terrein aan de Birkstraat.
Wandelgebied met unieke fauna
In de jaren dertig was het hele gebied Stompert/Vlasakkers zeer in trek als wandeloord. Hoe hoog de schoonheid van dit gebied in deze tijd in aanzien stond, komt duidelijk tot uiting in een artikel in Het Volk van 28 juni 1930. Fragment: <Wie een keer van den top van den Stompert af het schoone vergezicht heeft genoten op Amersfoort, Soest en Utrecht, zal het met ons eens zijn dat niet veel plekjes in ons land de omstreken van Soest en Soesterberg evenaren.> Dit terrein werd door Soesterbergsch Bloei sterk gepromoot. In haar brochures beschreef deze VVV met enthousiasme de prachtige wandelingen die men in de omgeving van Soesterberg kon maken. Onder meer een tocht van de Vlasakkers via het paviljoentje op De Stompert (met een geweldig en wijd uitzicht!) naar hotel De Pyramide en dan terug naar de Leusderheide. De Nederlandsche Reisvereeniging pakte deze draad letterlijk op en organiseerde wandeltochten op zondag 18 april 1931 en op zondag 16 juni 1935. Tijdens de laatste werd gelopen vanaf de Vlasakkers via De Stompert en Wallenburg naar Hotel de Pyramide. Na een rustpauze met versnapering aldaar ging de tocht via de Leusderheide terug naar Julianaplein 2 in Amersfoort. De Arbeiders Jeugdcentrale had op het programma van 5 en 6 september 1931 op de tweede dag (zondag) ‘s morgens een tocht naar De Stompert, waar meerdere spelen plaats vonden.
De fauna van deze omgeving kreeg ook aandacht. In het Amersfoortsch Dagblad van 2 augustus 1932 was te lezen: <Een rijke oogst zal men zeker hebben in de buurt van den Stompert bij station Soestduinen, waar we allerlei merkwaardige mossen en varentjes zagen.> Dezelfde krant had op 11 september 1937 een artikeltje over het grasklokje (Engels Blue Bell). De bekende schrijver Frederik van Eeden had dit plantje met blauwe bloempjes en rode blaadjes ‘het attribuut van de Veluwe’ genoemd, maar op De Stompert en de Vlasakkers werd deze Campanula rotundifolia ook veelvuldig aangetroffen.
Het Rotterdamse Kinderkoor Feijenoord trad in juli 1936 op in Zeist. Op zondag de 26ste vertrokken 550 kinderen en 100 ouderen in 17 toeringcars en op maandag volgden nog 14 bussen met kleinere kinderen en hun gevolg. Na in Zomers Buiten in Soestduinen een maaltijd te hebben genuttigd, beklom het hele gezelschap De Stompert.
Het terrein van De Stompert en de Vlasakkers werd al sinds vele jaren dikwijls gebruikt voor ruitersport (vooral militairen van de Cavalerie – huzaren), en het werd tevens geteisterd door talloze branden en brandjes. De laatste jaren voor de oorlog, onder meer in mei 1938 werd er door wandelaars meerdere keren over geklaagd dat motorfietsers er vooral op zondagen oefenden. Reeds in 1930 was er een motorcross gehouden. Het Amersfoortsch Dagblad van 31 mei 1940 (3 weken na het uitbreken van de oorlog!) schreef dat weinig plaatsen in ons land een zo gevariëerd landschap in een zó beknopt bestek bezitten. Genoemd werden De Stompert, de Amersfoortsche berg, de Soester zandduinen en de bossen rond Birkhoven. Op dit tijdstip waren De Stompert en de Vlasakkers ondanks de komst van de Duitsers nog voor een gedeelte toegankelijk voor publiek.
Militair terrein In het oude barakkenkamp op het terrein dat bereikbaar was vanaf de Barchman Wuijtierslaan in Amersfoort werd in 1938 en 1939 in verband met de mobilisatie een begin gemaakt met de bouw van een permanente kazerne. Er werd vooral personeel van het vliegkamp ondergebracht. De opening vond plaats op 22 mei 1939 en de naam werd Prins Bernhardkazerne. Al eerder was hier een exercitieterrein en er waren een springbaan en kogelvangers. Er werden ook pantserwagens van het Zweedse merk Landsverk gestationeerd. Deze waren ook wel eens te zien bij het vliegkamp. Zo’n pantserwagen staat nog in het Cavaleriemuseum dat nu is ingericht in de voormalige Prins Bernhardkazerne.
In de notulen van Soest van 1939 is te lezen dat B&W van de Gemeente Amersfoort hadden voorgesteld om als werkverschaffingsproject een rijwielpad aan te leggen van de Vlasakkers via De Stompert naar Soesterberg. Men wilde weten of de Gemeente Soest hier bezwaren tegen had. De mobilisatie en de aanleg van de kazerne zullen deze plannen wel hebben getorpedeerd. Er was al wel een fietspad van Kinabu op Amersfoortschestraat 119 naar Soestduinen.
De Duitse tijd Tot in de zomer van 1941 kon men vanuit de wijk Ons Belang nog wel stiekem over ‘de hei’ naar Soest fietsen, maar weldra werd het hele gebied met prikkeldraad afgezet. De bezetters zorgden daarmee voor een abrupt einde aan dit populaire natuurgebied. Tot deze tijd stond boven op het waterresevoir een stenen huisje. Dit werd vermoedelijk op last van de Duitsers afgebroken. Van het paviljoentje op het Soester Hoogt werd het dak verwijderd. In de directe omgeving hiervan werd veel afweergeschut van de FLAK opgesteld.
De Duitsers maakten dankbaar gebruik van de bijna nieuwe kazerne op de Vlasakkers. Hier werd de hoofdwerkplaats voor vrachtauto’s ingericht – Kraftfahrgerätverwaltung.
De Duitse rolbanen
De Duitsers lieten buiten het terrein van het oorspronkelijke Vliegkamp Soesterberg veel rolbanen aanleggen. Dat gebeurde op drie locaties. (1) Vlakbij Huis ter Heide, daar waar in 1954 het Camp New Amsterdam werd gevestigd. (2) Aan de noordkant van het vliegkamp, tussen het gedeelte waar de hangars en andere gebouwen stonden en de spoorlijn Den Dolder-Soestduinen, helemaal door tot in het bos achter het landgoed De Paltz. (3) Vanaf wat toen de Banningstraat was (de weg over het Soester Hoogt naar Soest) over de Vlasakkers tot ongeveer 1 km van de Prins Bernhardkazerne in Amersfoort. De zuidelijke kant van deze uitbreiding van de Fliegerhorst Soesterberg lag dicht achter de oneven genummerde woningen langs de Amersfoortschestraat en liep door voorbij de Protestantenbond, tot het terrein aan de overkant van de inrichting Hebron.

Deze rolbanen hadden een wegdek van klinkers. Ze kwamen tot stand vooral door de inzet van dwangarbeiders, die uit alle delen van Nederland werden ondergebracht in het Durchgangslager aan Laan 1914 in Amersfoort. Langs de rolbanen werd een groot aantal primitieve zogenaamde zomerhangars en meer soliede winterhangars gebouwd. Tevens bunkers, brandputten (ondergrondse waterreservoirs) en ongeveer aan de voet van het paviljoentje een grote schietbaan. Op de noordelijke helling vlakbij het waterreservoir werden 15-20 solide betonnen opslagplaatsen voor munitie met puntdaken gebouwd. Over een gedeelte van De Stompert lag ook een verplaatsbaar smalspoorbaantje waarover met lorries werd gereden. Op het terrein naast de kazerne op de Vlasakkers met een aftakking van de spoorlijn Amersfoort-Soestduinen werd Kriegs Einsatz Lager (KELA) aangelegd met grote magazijnen. Hier werden in 1943 of 1944 onder meer twee van de drie grote hangars opgezet, die dicht bij de Hertenlaan stonden en pas in 1939 in gebruik waren genomen. Deze hadden de nummer 24 tot en met 26 gekregen.
De Vlasakkers na de bevrijding
De Prins Bernhardkazerne op de Vlasakkers werd in 1945 enige tijd door de Canadezen gebruikt en daarna gereserveerd voor de huzaren, ofwel de cavalerie. Er werden tanks gestationeerd. Het hele terrein Stompert/Vlasakkers werd hun oefengebied. In de overgebleven gebouwen van de KELA werd tijdelijk een compagnie van de Intendancetroepen ondergebracht. Daarna verhuisden ze naar de Dumoulin Kazerne. Deze compagnie vierde op 2 september 1947 met een grote parade over de Montgomeryweg haar 25-jarig bestaan.
Met een lange inrit vanaf de Utrechtseweg, achter de gebouwen van het toenmalige ziekenhuis De Lichtenberg werd een militair sanatorium voor tbc-patiënten ingericht. De houten gebouwen stamden uit de tijd van de Duitsers, van onder meer de KELA. Dit sanatorium werd in 1966 opgeheven.
Tijdelijk toegankelijk voor burgers
Vanaf ongeveer 1946 was het gebied ten oosten van de Montgomeryweg korte tijd min of meer ‘vrij’. Het vroegere noodlandingsterrein was toen weliswaar afgezet met prikkeldraad, waaraan witte borden met rode letters in twee talen MIJNEN/MINES hingen. Deze hindernissen en waarschuwingen werden door nieuwsgierige Soesterbergse wandelaars en kwajongens genegeerd en langzamerhand gedeeltelijk vernield.
In november 1947 wilde de VVV Soesterbergs Bloei dat De Stompert van het kreupelhout werd ontdaan, omdat dit sinds 1939 was verwilderd. Tevens wenste men een herstelling van het aloude fietspad van Kinabu naar Soestduinen. Dit was door Defensie afgesloten, maar men vroeg zich af of daar wel een rechtsgrond voor bestond. Deze wens ging niet in vervulling.
In deze jaren kort na de oorlog was er geen behoefte meer aan de rolbanen of taxiwegen voor vliegtuigen, maar wel een groot gebrek aan klinkers. Daarom werden ze in snel tempo opgebroken. Naar verluid werd het merendeel van de bakstenen gebruikt voor de bouw van een kazerne in Arnhem. De sporen van de rolbanen op het terrein rond De Stompert bleven achter: stroken van diep mul zand van zo’n 15-20 m breed over het hele terrein van De Stompert tot een stuk voorbij de vóór de oorlog zo populaire Leemkuil.
Ondanks het prikkeldraad en de bordjes <MIJNEN – MINES> was dit gebied zo rond 1947 tot 1952 voor de Soesterbergse jeugd een gewild en spannend speelterrein. Al lang was gebleken dat deze borden ‘vals’ waren. Vooral op zondagen werden er verkenningstochten over de kaal geplukte rolbanen gemaakt. Jongens klommen naar beneden in de ondergrondse watertanks, zochten naar patroonhulzen en kogels bij de grote schietbaan voor vliegtuigen, vonden vaak bomscherven en kleine onderdelen van vliegtuigen, soms delen van handwapens en ze onderzochten de binnenkant van enkele achtergelaten tanks. Ze klommen ook wel op de hoge puntdaken van de betonnen munitiebunkers, waarvan er vlak in de buurt van het reservoir van de waterleiding (het hoogste punt van De Stompert) ongeveer 14 intact waren gebleven. Als het begon te regenen konden ze in die huisjes het einde van de bui afwachten.
Nog tot ongeveer 1951 stond er niet ver van het huidige restaurant op het Soester Hoogt een halvemaanvormige betonnen achterwand van een Duitse hangar. Deze wand en ook de betonnen vloer van deze hangar werden in 1952-’53 verwijderd wegens de aanleg van de Van Weerden Poelmanweg over het Soester Hoogt. Ongeveer 100 meter naar het oosten stond minstens 10 jaar daarna nog een betonnen fundering van net zo’n hangar, vrijwel aan de voet van de schietbaan voor vliegtuigen. Daar vandaan, ongeveer honderd meter vanaf de wegsplitsing, rechts van de weg naar het Nationaal Militair Museum, ligt nog altijd de betonnen vloer van een andere hangar. Daar hadden de Duitsers de vroegere hangar 23 laten opzetten.
Nostalgie
In het Dagblad voor Amersfoort van 27 maart 1948 stond een kort artikel onder de kop Vlasakkerheide, met enige nostalgische feiten. <Bij vele stadgenoten was vóór de oorlog de middagwandeling geliefd, die vanaf de Soesterstraatweg door het bos van Birkhoven voert en dwars over de spoorbaan A’foort-Utrecht ons brengt naar bos en hei tegen de helling ten Westen van de Vlasakkers. Lange jaren hebben we er niet mogen komen, daar op de hei achter Kinabu. De moffen hadden er hun vliegveldstraten laten aanleggen en hangars doen bouwen (…..). De bevrijding kwam en het hielengeklak en motorengeronk verstomde er, maar nog in de zomer van het vorig jaar lagen in lange rijen de honderdduizenden straatklinkers der vliegveldbanen op transport te wachten. Nu deze in de loop van 1947 zijn opgeruimd en het terrein rond de Stompert weer voor vrije wandeling openstaat, zal tijdens de Paasdagen menige Amersfoorter weer door de zovelen geliefde voettocht hierheen ondernemen. Kort bij de hoge bult achter Kinabu – vanwaar men bij helder weer de Utrechtse Domtoren kan zien en aan de Noorderkim de wijde vlakte van het IJsselmeer – stond voor de oorlog de oude, drie meter boven de grond uitstekende jachtpilaar. We zullen tegen deze slanke zuil van blauwe stoepsteen niet meer kunnen uitrusten, gelijk vóór 1940 het geval was. De Duitsers hebben hem in de laatste maanden van de bezetting in de lucht laten springen.> Volgens dit artikel was de toegang tot het gebied achter Kinabu dus weer vrij.
Grote motorcross
Op zaterdag 6 augustus 1949 werd bij zeer warm weer een motorcross voor verschillende categorieën gehouden op het terrein rond het hoogste gedeelte van De Stompert, die gedeeltelijk ging over het mulle zand van de afgebroken rolbanen en door de Leemkuil. Er werd gestreden om het kampioenschap van de Provincie Utrecht. De opbrengsten van dit evenement waren bedoeld voor de Nederlandse militairen die streden in Nederlands-Indië. Het motto was om die reden «Door de rimboe, voor de rimboe.» (zie mijn artikel <Motorclub Soesterberg>). Later dit jaar werd er door Defensie beslag gelegd op het gehele terrein Stompert en Vlasakkers. Dit werd militair oefenterrein. Door het Nederlands Olympisch Comité werd op 17 juli 1950 een motorcross georganiseerd over 5-6 km van De Stompert. Deze was onderdeel van de nationale vijfkamp. Winnaars waren L. de Vries uit Apeldoorn en H.W. Handgraaf – beiden hadden 133 punten.
Defensiegebied
Ook na de oorlog werd het gebied Stompert/Vlasakkers enkele keren ‘aangedaan’ door belangrijke militaire personages. Op 10 mei 1951 bracht de opperbevelhebber van het Atlantische leger generaal Dwight D. Eisenhower tijdens een rondreis door enige landen in Europa, waaronder Nederland, een bezoek aan onder meer het Marinekamp bij Loosdrecht. Op Soesterberg kwam hij aan in een Douglas C-47 Dakota. Behalve de vliegbasis inspecteerde hij de Prins Bernhardkazerne waar toen Amerikaanse Sherman- en Ram-tanks werden gebruikt. Daarna werd hij naar de Amersfoortse heide en De Stompert gereden om een tankoefening van de Huzaren van Boreel bij te wonen. Op Soesterberg stonden op dat moment vier straaljagers. Eisenhower ging ook op audiëntie op Paleis Soestdijk.
Dit bezoek van Eisenhower zal vermoedelijk de aanzet zijn geweest tot de vestiging van Camp New Amsterdam. Daarmee kwam ook een einde aan de vrije toegankelijkheid van de natuurgebieden ten oosten van de Montgomeryweg, die in feite al niet zo veel natuur meer te bieden hadden.
De Franse luitenant-generaal Marcel Carpentier die commandant was van de strijdkrachten in Centraal-Europa, woonde op 28 januari 1955 op de Leusderhei oefeningen bij van infanterie-afdelingen. Bij De Stompert voerden die dag eenheden van het 4de tankbataljon een schijngevecht op. In deze jaren werden behalve met tanks allerlei oefeningen gehouden. Deze liepen niet altijd goed af. Bij De Stompert verloor op 27 en 28 mei |1953 korporaal Arnoud Versteeg door onverantwoord gebruik van trotyl een hand. Zijn hele onderarm moest worden geamputeerd. Ook zijn ogen raakten gewond en hij werd bijna doof. Dit kwam door nalatigheid van zijn meerderen.
Torens en nieuwe rolbanen Begin jaren vijftig werden in heel Nederland zogenaamde luchtwachttorens gebouwd. Vrijwilligers deden hier dienst om te spieden naar aankomende vijandelijke vliegtuigen. In Soesterberg kwamen er drie, waarvan er één vlak bij de Leemkuil werd opgezet. De toren op de vliegbasis werd kort na de grote vliegshow op 18 juli 1953 alweer verwijderd en was waarschijnlijk alleen maar geplaatst als demonstratiemodel. De toren op het terrein van de Dumoulin Kazerne stond het langst, maar werd de laatste jaren niet meer gebruikt.

De vroegere Banningstraat kreeg na de bevrijding de naam Veldmaarschalk Montgomeryweg. Toen de langste startbaan 10-28 dwars over de enige verbinding met Soest verder oostwaarts was verlengd, werd deze straat in juni 1953 permanent voor alle verkeer afgesloten. Een nieuwe betonweg leidde sindsdien naar Soest, de Van Weerden Poelmanweg.
Enorme natuurschade op zijn retour
Ongewoon bezoek kreeg dit terrein in juni 1958 toen de filmmaker Sam Katzman wegens de lage onkosten in Nederland besloot bij De Stompert en op de Veluwe opnames te maken voor de film The Last Blitzkrieg. Deze handeling zelf speelde zich zogenaamd af in de Belgische Ardennen. In deze tijd bood de natuur in dit gebied inderdaad een aanblik die deed denken aan een terrein waar een woeste oorlog aan veel vegetatie een einde had gemaakt. Het Algemeen Handelsblad van 5 november 1958 meldde dat een net van betonwegen was ontworpen van het laagste punt bij de Prins Bernhardkazerne (10 m boven A.P.) tot De Stompert (50 m boven A.P.) en dat er op dit terrein hellingen waren van 20%. Deze wegen waren 25 m breed en zouden bij elkaar 25 km lang worden en in 1960 worden voltooid. Kosten: 5 miljoen gulden. Dit bericht kwam wel erg laat. Ten oosten van de Van Weerden Poelmanweg was al veel eerder begonnen met de aanleg van nieuwe betonnen rolbanen met opstelplaatsen voor de Amerikaanse straaljagers – hier en daar op de vroegere Duitse tracé’s.
Op het terrein bij de Prins Bernhardkazerne stonden in 1958 99 tanks, 70 Centurion, 22 chauffees en 7 oude Shermans,
Behalve de rolbanen waren voor de schietopleiding van de aanstaande tankschutters vijf betonnen plateaus ontworpen, zogenaamde aanvalsbanen. Er werd één groot plein aangelegd, van 200 x 90 m dat de naam Pattonplein kreeg. De hoofdreden voor de aanleg van de betonbanen zou zijn de natuur [er tussen] de kans te geven zich te herstellen. Maar ook het voorkómen van stofoverlast was belangrijk. Bij droog weer moesten de tankbestuurders wegens het opwervelende stof gasmaskers gebruiken. Na veel regenval veranderde het oefenterrein in een modderpoel. Een ander voordeel was dat de tanks in het mulle terrein 18 liter benzine per kilometer verslonden, terwijl dit op de betonnen ondergrond slechts een vierde of een vijfde deel daarvan was. Een artikel in het Algemeen Handelsblad van 5 november 1958 beschreef ook dat ondanks de herrie van de tanks en de voor een groot deel door hun activiteiten vernielde natuur, vogels, waaronder korhoenen en reeën goed leken te gedijen. Men had zowaar 6 reeën geteld en 60 korhoenen. Over de hoge kogelvanger van de Duitse schietbaan aan de voet van De Sompert hadden de tanks intussen zo vaak gereden, dat van deze zeker 10 m hoge rechthoekige en ongeveer 30 m lange met gras begroeide heuvel met steile kanten vrijwel niets meer was overgebleven.
Bij de Richelleweg staken de tanks ook dikwijls de Amersfoortsestraat over om op de Leusderhei te kunnen oefenen. Daar, in de buurt van Kamp Waterloo en de schietbanen werd ook de grote reparatiewerkplaats voor tanks gebouwd. Inmiddels was een begin gemaakt met het aanplanten van bomen en er was lupine gezaaid. Men hoopte dat de oorspronkelijke heidevegetatie zich zou gaan herstellen. Vooral nadat aan het ‘omploegen’ van het terrein door tanks een einde kwam, zijn er op den duur meer bomen opgegroeid. Een groot aantal daarvan heeft eigenaardige, grillige vormen.
Op de Leusherheide werd nog slechts incidenteel met tanks geoefend.
Het waterreservoir op De Stompert Nog in de jaren vijftig liep het reservoir op De Stompert van tijd tot tijd over, zodat de greppels steeds dieper en breder werden. Tijdens militaire bivakken in dit gebied werden jonge militairen soms door de greppels heen gejaagd terwijl er traangas in werd ‘losgelaten’. Dan was het zaak zo gauw mogelijk het gasmaker op te zetten. Begin jaren zestig waren deze diepe voren nog grotendeels intact. Daarna verdwenen ze successievelijk. Ze zijn kennelijk met zand opgevuld – mede door het roekeloze rijden met tanks. Tevens werden de laatste resten van de munitiebunkers met puntdaken afgebroken.
Restaurant ’t Hoogt In 1952 werd door de aanleg van de Van Weerden Poelmanweg het terrein van het Soester Hoogt gescheiden van dat van De Stompert. Deze nieuwe weg naar Soest werd in juni 1953 geopend. Aan de kant van Utrecht was het uitzicht al ontnomen door de hoger geworden bomen, maar nog eind jaren vijftig kon men vanaf het uitkijkpunt op het Soester Hoogt (waar het paviljoentje had gestaan) de Soester Duinen zien en de fabriekspijpen van het pompstation van de waterleiding en die van de fabrieken aan de De Beaufortlaan. Aan de voet van deze hoogte begon Arie Baars een kleine horeca-gelegenheid met aan de overkant van de weg een kiosk. Omdat men vanaf dit punt nog wel een stuk van de vliegbasis kon zien met startende en landende vliegtuigen, trok de eettent op mooie dagen tamelijk veel publiek aan. Enie Tammer nam het bedrijfje van Baars over. Door de jaren heen groeide deze ’tent’ uit tot een grotere eetgelegenheid, die tegenwoordig Restaurant ’t Hoogt heet.
Weer beperkt toegankelijk Sinds enige jaren is het terrein van de Vlasakkers soms op zondag weer toegankelijk voor wandelaars. Het solide hek bij de Spottersheuvel aan de Van Weerden Poelmanweg is dan open. Op 28 juli 2008 werd een bescheiden gedenksteen onthuld ter nagedachtenis aan de vliegpogingen die Willem Schukking daar honderd jaar eerder deed. Al na korte tijd werd deze steen door vandalen beschadigd – maar ook weer gerepareerd.
Op diverse plekken kan men nog heden resten aantreffen van bouwwerken uit de Duitse periode, stukken beton van de hangars, maar ook nog bijna intacte bunkers en ondergrondse waterreservoirs. Deze roepen herinneringen op aan de talloze dwangarbeiders uit het Durchgangslager in Amersfoort, die hier onder onmenselijke omstandigheden werden uitgebuit en mishandeld, en van wie sommigen waarschijnlijk ter plekke het leven lieten. De natuur in dit prachtige gebied heeft zich gedurende de laatste jaren weer grotendeels hersteld. Maar een wegennet, een cadeau van Defensie, doorklieft nog het hele gebied.
Het milieu en de mens De laatste jaren is veel gedaan om groot wild ‘de ruimte’ te geven over vrijwel het hele gebied van de Utrechtse Heuvelrug, met name met het bouwen van miljoenen verslindende ecoducten. Nu is er zelfs sprake van dat door middel van een ‘lizardlane’ onder de Van Weerden Poelmanweg door, ook aan de behoeften van de zandhagedis tegemoet gekomen zal worden. Milieubescherming is in onze tijd echt belangrijker dan wat dan ook. Maar is er met al deze dure projecten die zijn doorgevoerd om de dieren beter te beschermen, ook nog plaats voor DE MENS? Het is de hoogste tijd dat in de naaste toekomst verbetering van het milieu ook het grote publiek ten goede zal komen, zodat iedere geïnteresseerde weer dagelijks kan genieten van het belangrijke natuurgebied Stompert-Vlasakkers in het centrum van ons land, dat tot aan 1940 een landelijk bekende toeristische attractie was.
Hetzelfde geldt voor de Leusderheide en het grootste deel van de vroegere vliegbasis. Ook het ‘kleine’ wild wordt in dit verband niet vergeten. Wegens broedende leeuweriken is de toegang tot het vroegere vliegterrein elk voorjaar tijdelijk gesloten voor natuurliefhebbers. Zelfs het opstijgen van bemande ballonnen en het overvliegen met veteraan vliegtuigen wordt meestal niet meer toegestaan. Toen er volop werd gevlogen met straaljagers, leken vogels en hazen zich daar weinig van aan te trekken. De milieuactivisten gaan soms wel erg ver met hun eisen.
Noot 1. In een artikel in diverse kranten in juni 1896 werd geschreven over <de zonderling bij uitnemendheid Everhard Meyster> die de Amerfoorters die bijnaam ‘Keientrekkers’ had bezorgd en ook bekend was wegens zijn buitenplaats “Nimmerdor”, zijn doolhof “Dool-in Bergh” bij Amersfoort en zijn buiten bij Utrecht “De Krakeling”. Reeds in 1897 had de Oudheidkundige Vereeniging Flehite plannen om de kei op te graven. Dit gebeurde in mei 1903. Na de Duitse inval op 10 mei 1940 werd de kei opnieuw onder de grond gestopt. De Soester Courant van 13 februari 1943 schreef dat de kei weer was opgegraven en ‘naar verluidt’ zou worden overgebracht naar de Hof. <Men mag den laatsten gang van Europa’s beroemdste kei toch niet missen. Als Everhard Meyster het had kunnen beleven! Wat zou hij genieten.>
Noot 2. De Soester Courant van 8 mei 1925: <Een bijzonder soort grafheuvel is een paar jaar geleden op Soesterberg (bij den Stompert) ontgraven door de heer Martin uit Amersfoort. Hij vond hier nog een ander soort graf dan dat de Hunnebed- en Koepelgrafbouwers maakten, nl. een dusgenoemd ‘boomkistgraf’; het lijk werd hierbij in een uitgeholden boom gelegd. Ook deze soort van grafheuvel moet zeer oud zijn; misschien staat zij tusschen de Hunnebedden en de Koepelgraven (…..) De bedoelde heuvel op de Soesterberg is de eerste van dit soort in onze streek.
Dik Top 2020












